Na een aantal weken is de roze wolk inmiddels wat lichter geworden. Hij is er nog steeds hoor, maar iets minder prominent aanwezig dan de eerste twee weken hier. En ik weet heel goed hoe dat komt. Zo gaat het. Met alles. Alles wat nieuw is, wordt op een gegeven moment bekend, soms zelfs saai (niet in mijn geval, don't worry), het wordt vanzelfsprekend. Nog steeds huppel ik vrolijk die heuvel op en nog steeds ren ik vrolijk die heuvel af. Ik zit alleen iets minder vrolijk en blij in colleges, omdat het colleges zijn. Ik betrapte me er zelfs op dat ik al over een aantal docenten een mening aan het vormen ben, terwijl ik ze nu net 2 maanden ken. Ja, ik voel me behoorlijk thuis hier.
En toch, ik weet niet hoe ik het kan omschrijven, zijn mijn dagen hier anders dan in Nederland. Ik ben elke dag wel bezig (meestal niet met de studie, maar dat terzijde). Ik beleef veel meer plezier aan koken (en het eten ervan). Mijn weekenden zijn altijd vol, maar zo gezellig en relaxt. En misschien wel het grootste verschil is dat ik hier niet gestresst ben. Gewoon nul komma nul. Ik sta ontstresst op en ik ga ontstresst naar bed. Ik moet zeggen dat het in het begin best wel wennen was. Gewoon geen stress. Waar gaat al mijn energie naar toe als ik niet stress? Dus toen moeder lief zei dat ik wel een iets dikkere kont had gekregen (en de gouden regel over moeders is: zij spreken altijd de waarheid), ging ik me, lichtelijk gestresst, wel afvragen hoe dat dan zo was gekomen. En nu weet ik het. Mama's theorie: als je gestresst bent, gaat je hart sneller kloppen, verbrand je alles veel sneller en maken twee koekjes geen verschil. Ik, zit daarentegen zo lekker in mijn vel dat twee koekjes, een brownie en een banaan een heleboel uitmaakt. Namelijk: De Dikke Kont. Dus nadat moeders weer weg was, heb ik, een week lang heel gestresst en onzeker gedaan, paranoia op de weegschaal gestaan (die, naar mijn mening, 4 kilo te veel rekent), twee rondjes extra gerend et voila: mijn hart klopte als een malle en ik was weer twee kilootjes lichter.
De stress komt echter wel terug zodra ik aan het volgende semester denk. En dat is niet eens omdat ik dan afstudeer (jeeeee!). Eerlijk gezegd heb ik daar heel veel zin in. Het is meer: wat ga ik daarna doen? Het punt is ook gewoon dat ik er niet aan wil denken. Ik heb nog niet eens plannen gemaakt voor de zomer, laat staan dat ik al een plan heb voor het volgende semester. Nee, dit meisje gaat genieten (met desnoods een dikkere kont dan in Nederland) van het hier & nu. Want ik zeg maar zo: liever ontstresst zonder een pla, dan gestresst en niet kunnen genieten.
vrijdag 29 maart 2013
zaterdag 2 februari 2013
27. Dear all
Daar ben ik dan. In Wales. In een stadje waarvan ik de naam eerst niet eens uit kon spreken. Met nieuwe huisgenoten. Met nieuwe mensen om me heen. Een nieuwe universiteit en nieuwe vakken. Zo lang ik me kan herinneren, droomde ik hiervan. En nu is mijn droom werkelijkheid geworden.
Als enige Nederlander voelde ik me in het begin pretty special. "Where are you from?" "The Netherlands!" "Ah, The Netherlands. I love The Netherlands!!" Leuk om te horen natuurlijk. Iedereen houdt van Nederland. Waarna ik ook altijd de vraag krijg "Why are you here?!" En waarom ben ik hier? Omdat het zo geweldig leuk is. Elke dag ben ik vrolijk. Elke dag huppel ik door de straten, met natte haren van de regen, maar I don't care.
Op dit moment leef ik op een roze wolk. Mijn skypesessies zijn alles behalve emotioneel. Ik vind het fantastisch om over mijn 'avonturen' te vertellen. Om te vertellen hoe prachtig het hier is. Om te vertellen hoe leuk het is om met windkracht 10 en een dikke plensbui over de boulevard te rennen. Hoe heerlijk het is om de heuvel op te lopen, maar hoe tien keer leuker het is om die heuvel af te rennen. Hoe ik geniet van de lekkernijen en de kooksessies van mijn huisgenoot. Trotse ouders, broers en vriendinnen laten me weten dat ik straal. En dat is ook zo. Met een glimlach van hier tot Tokio val ik in slaap.
En natuurlijk lig ik soms in mijn bed te denken. Te denken aan thuis. Aan mijn familie, mijn vriendinnen, vriendjelief. En als ik iedereen op Skype zie, dan, natuurlijk, heb ik zin om iedereen een dikke knuffel te geven. Voor nu moet ik het doen met een enthousiaste digitale skype zwaai.
Love you all.
Als enige Nederlander voelde ik me in het begin pretty special. "Where are you from?" "The Netherlands!" "Ah, The Netherlands. I love The Netherlands!!" Leuk om te horen natuurlijk. Iedereen houdt van Nederland. Waarna ik ook altijd de vraag krijg "Why are you here?!" En waarom ben ik hier? Omdat het zo geweldig leuk is. Elke dag ben ik vrolijk. Elke dag huppel ik door de straten, met natte haren van de regen, maar I don't care.
Op dit moment leef ik op een roze wolk. Mijn skypesessies zijn alles behalve emotioneel. Ik vind het fantastisch om over mijn 'avonturen' te vertellen. Om te vertellen hoe prachtig het hier is. Om te vertellen hoe leuk het is om met windkracht 10 en een dikke plensbui over de boulevard te rennen. Hoe heerlijk het is om de heuvel op te lopen, maar hoe tien keer leuker het is om die heuvel af te rennen. Hoe ik geniet van de lekkernijen en de kooksessies van mijn huisgenoot. Trotse ouders, broers en vriendinnen laten me weten dat ik straal. En dat is ook zo. Met een glimlach van hier tot Tokio val ik in slaap.
En natuurlijk lig ik soms in mijn bed te denken. Te denken aan thuis. Aan mijn familie, mijn vriendinnen, vriendjelief. En als ik iedereen op Skype zie, dan, natuurlijk, heb ik zin om iedereen een dikke knuffel te geven. Voor nu moet ik het doen met een enthousiaste digitale skype zwaai.
Love you all.
zaterdag 19 januari 2013
vrijdag 18 januari 2013
25. Diep gewortelde haat in de trein
Als het sneeuwt dan moet binnen no time heel je Facebooklijst ervan op de hoogte gesteld worden. Alsof ik zelf niet de moeite kan nemen mijn gordijn open te doen en door mijn raam te gluren. Daarbij zijn al mijn Facebookvrienden dan ook nog zo attent om een foto van 'de sneeuw' te maken. Great! Maar niemand die een foto maakt van de realiteit. De realiteit van de sneeuw. Ook wel: bonje met de NS, genoemd.
Woensdag 16 januari 11.10 uur, Centraal Station
Ik mompel in mezelf. En mijn gezicht staat rood gloeiend: "Verdomme. Net op dit moment rijden er geen treinen naar M."
Niet veel later komt lief vriendje aangelopen. Ik heb zin om mijn volle tas in zijn gezicht te meppen. Hoe kan hij nou zo vrolijk doen? Zonder hem een blik waardig te gunnen loop ik naar het grote bord en begin een soort van "kun-je-hét-niet-zien-of-zo-dansje" te doen. Al wijzend naar het bord en met mijn vinger naar mijn hoofd. Vriendje lief begint bozig te doen, terwijl ik rondjes om mijn eigen as begin te lopen. Ondertussen bedenk ik me wat voor een feeks ik op dit moment ben. Vooral omdat vriendje lief al voor de 100ste keer vraagt om een kus. Ik mompel een 'sorry' en druk een dikke kus op zijn mond.
Woensdag 16 januari 11.30 uur, in de trein richting M.
Het kwam gelukkig goed en ik lig dicht tegen vriendje lief aan. Wat is het leven toch mooi.
Donderdag 17 januari 22.00 uur, in de trein richting N.
Het geluk heeft meer dan 24 uur aangehouden, maar dat was het dan ook wel. Meer wordt er mij niet gegund (ah, wat ben ik toch zielig). Een kwartiertje hier stil staan vanwege een rood sein, dan wel een halfuur daar stilstaan vanwege een slome trein voor onze trein. Nadat we in N. waren aangekomen werd ons nog op het hart gedrukt dat "morgen de normale dienstregeling weer geldt"!
Vrijdag 18 januari 14.45 uur, in de trein richting U.
"Beste mensen, zoals u heeft gemerkt staan we al een kwartier stil. De oorzaak hiervan is dat er geen machinist is. Ik herhaal: geen machinist. Bedankt voor uw begrip." Dingdingdong.
Vrijdag 18 januari 14.47 uur, in de trein richting U.
"Dames en heren. Inmiddels hebben wij een machinist bereid gevonden. Nu staat er echter een andere trein voor onze trein stil. Bedankt voor uw begrip." Ik besloot me op te sluiten in een spannend verhaal.
Vrijdag 18 januari 15.30 uur, in de trein richting U.
Ontzettend luidruchtige meisjes komen de coupé binnen gelopen. Het geblaat wat ze verkondigen is alles behalve interessant, totdat één meisje wordt gebeld door haar homovriend M. Nadat ze heeft opgehangen verkondigd ze heel luid dat M. vastzit in A. en dat er bussen worden ingezet en dat alle treinen zijn uitgevallen. Ik houd mijn hart vast.
Vrijdag 18 januari 16.30 uur, op U.
Ik ren van hot naar her en ik word van het kastje naar de muur gestuurd. Vervolgens vergeet ik een kaartje te kopen voor mijn fiets, maar ik zie dat ik nog maar 2 minuten heb voor mijn trein. Wat doe je in zo'n situatie? Juist. De gok wagen. Ik zet mijn fiets neer en ren heldhaftig naar de ticketmachine. Vervolgens ren ik met mijn fiets aan de hand de roltrap af en spring van de laatste treden. Ik ben er goed aan toe, mijn fiets wat minder. Blijkt de trein richting R. niet te rijden. En de trein die daarop volgt ook niet. En die daarop volgt ook niet.
Vrijdag 18 januari 16.35 uur, op U.
"Meneer, wat moet ik doen als ik naar R. wil?" "Hm. Ja. Geen idee." "Weet u überhaupt wel iets?" "Zoals het er nu naar uitziet, niet nee." "Ik dacht er zelf aan om naar D. te reizen en daar dan over te stappen," zeg ik om maar met een suggestie te komen. "U kunt ook naar L gaan of naar A." "Is dat niet hartstikke om voor mij?" "Ja dat wel. U moet het zelf weten." Ik loop boos met mijn fiets aan de hand de roltrap op. De trein richting A. is inmiddels vertrokken. Ik zie een NS-vrouwtje. "Mevrouw, mevrouw!" Ik ren dramatisch op haar af, met de tranen nu in mijn ogen. De vrouw gunt mij geen blik waardig en zegt: "Nu even niet. Ik ben bezig." Ik had een ontzettende verlangen om haar met de stok, die ik bij me had, eens te laten zien wie hier nu eigenlijk de baas is. Ik hield me echter braaf in. "Ik raad u aan om naar D. te reizen met een sprinter en dan over te stappen naar R." Iets vrolijker loop ik naar het desbetreffende spoor en sta daar geduldig te wachten. Voor de zekerheid kijk ik op het vertrekbord en de woede slaat weer toe. Er rijdt verdorrie geen trein naar D. en die zal ook niet meer gaan rijden. Ondertussen wordt er omgeroepen dat het een vervelende situatie is en er gratis thee en koffie kan worden gehaald. Rot op met je thee! Rot op met je koffie! Toch heb ik dorst, maar als ik boven kom zie ik dat er een rij van hier tot aan de bussen staat van U. Er rijden geen treinen naar L., D. en A. Hoe kom ik in godsnaam in R.?
Vrijdag 18 januari 17.15 uur, in de trein richting A.
Ik heb me de trein in weten te wurmen. Met commentaar van mede-reizigers. "Is het nu wel slim om met je fiets te reizen?" "Lekker handig dit!" Ik heb de puf niet meer om opmerkingen zoals "ja, eikel. Ik moet naar R. en ik ga een halfjaar weg, dus als ik mijn fiets in U. laat staan, dan wordt ie binnen twee weken opgehaald door de gemeente en na een verloop van tijd verkocht, omdat ik hem niet kan ophalen. Dus ja. Deze fiets moet mee en als er een trein eerder naar R. was gegaan, dan had ik niet in de spits gezeten en had u er geen last van gehad. Maar goed. Deze fiets gaat dus mooi met mij mee" te maken.
Vrijdag 18 januari 17.45 uur, op A.
"U moet toeslag betalen voor de Fyra".
Vrijdag 18 januari 18.09 uur, op A.
Fyra kwam voorbij. Maar niet voor mij.
Vrijdag 18 januari 18.30 uur, op A.
Ik heb mensen geslagen met mijn stok om mij en de fiets de trein in te krijgen. Dat is gelukt. Ik maak scenario's in mijn hoofd als mensen gaan zeiken over mijn fiets (met mensen, bedoel ik de conducteur, maar die is helemaal niet langs gekomen). Ik val in slaap.
Vrijdag 18 januari 18.45 uur, in de trein richting R.
Intercity blijkt meer weg te hebben van een sprinter.
Vrijdag 18 januari 19.30 uur, aangekomen in R.
Ik, mijn fiets en de stok rennen over het station. We zijn thuis. Ik trotseer de kou en de inmiddels donker geworden lucht. Ik stap op mijn fiets en rijd bijna iemand aan. Het kan me niets meer schelen. De NS is kut en alle mensen zijn kut. Een vlokje sneeuw, een drupje regen; het zijn allemaal redenen om geen treinen te laten rijden.
Ik ben een slachtoffer en ik voel me zielig. Dus laat me alsjeblieft even wanen in de wereld van zelfmedelijden. Soms is dat namelijk heerlijk. Soms is het heerlijk om iemand zo diep te haten. Zo'n iemand die de NS heet. En er best veel aan kan doen, vind ik.
Woensdag 16 januari 11.10 uur, Centraal Station
Ik mompel in mezelf. En mijn gezicht staat rood gloeiend: "Verdomme. Net op dit moment rijden er geen treinen naar M."
Niet veel later komt lief vriendje aangelopen. Ik heb zin om mijn volle tas in zijn gezicht te meppen. Hoe kan hij nou zo vrolijk doen? Zonder hem een blik waardig te gunnen loop ik naar het grote bord en begin een soort van "kun-je-hét-niet-zien-of-zo-dansje" te doen. Al wijzend naar het bord en met mijn vinger naar mijn hoofd. Vriendje lief begint bozig te doen, terwijl ik rondjes om mijn eigen as begin te lopen. Ondertussen bedenk ik me wat voor een feeks ik op dit moment ben. Vooral omdat vriendje lief al voor de 100ste keer vraagt om een kus. Ik mompel een 'sorry' en druk een dikke kus op zijn mond.
Woensdag 16 januari 11.30 uur, in de trein richting M.
Het kwam gelukkig goed en ik lig dicht tegen vriendje lief aan. Wat is het leven toch mooi.
Donderdag 17 januari 22.00 uur, in de trein richting N.
Het geluk heeft meer dan 24 uur aangehouden, maar dat was het dan ook wel. Meer wordt er mij niet gegund (ah, wat ben ik toch zielig). Een kwartiertje hier stil staan vanwege een rood sein, dan wel een halfuur daar stilstaan vanwege een slome trein voor onze trein. Nadat we in N. waren aangekomen werd ons nog op het hart gedrukt dat "morgen de normale dienstregeling weer geldt"!
Vrijdag 18 januari 14.45 uur, in de trein richting U.
"Beste mensen, zoals u heeft gemerkt staan we al een kwartier stil. De oorzaak hiervan is dat er geen machinist is. Ik herhaal: geen machinist. Bedankt voor uw begrip." Dingdingdong.
Vrijdag 18 januari 14.47 uur, in de trein richting U.
"Dames en heren. Inmiddels hebben wij een machinist bereid gevonden. Nu staat er echter een andere trein voor onze trein stil. Bedankt voor uw begrip." Ik besloot me op te sluiten in een spannend verhaal.
Vrijdag 18 januari 15.30 uur, in de trein richting U.
Ontzettend luidruchtige meisjes komen de coupé binnen gelopen. Het geblaat wat ze verkondigen is alles behalve interessant, totdat één meisje wordt gebeld door haar homovriend M. Nadat ze heeft opgehangen verkondigd ze heel luid dat M. vastzit in A. en dat er bussen worden ingezet en dat alle treinen zijn uitgevallen. Ik houd mijn hart vast.
Vrijdag 18 januari 16.30 uur, op U.
Ik ren van hot naar her en ik word van het kastje naar de muur gestuurd. Vervolgens vergeet ik een kaartje te kopen voor mijn fiets, maar ik zie dat ik nog maar 2 minuten heb voor mijn trein. Wat doe je in zo'n situatie? Juist. De gok wagen. Ik zet mijn fiets neer en ren heldhaftig naar de ticketmachine. Vervolgens ren ik met mijn fiets aan de hand de roltrap af en spring van de laatste treden. Ik ben er goed aan toe, mijn fiets wat minder. Blijkt de trein richting R. niet te rijden. En de trein die daarop volgt ook niet. En die daarop volgt ook niet.
Vrijdag 18 januari 16.35 uur, op U.
"Meneer, wat moet ik doen als ik naar R. wil?" "Hm. Ja. Geen idee." "Weet u überhaupt wel iets?" "Zoals het er nu naar uitziet, niet nee." "Ik dacht er zelf aan om naar D. te reizen en daar dan over te stappen," zeg ik om maar met een suggestie te komen. "U kunt ook naar L gaan of naar A." "Is dat niet hartstikke om voor mij?" "Ja dat wel. U moet het zelf weten." Ik loop boos met mijn fiets aan de hand de roltrap op. De trein richting A. is inmiddels vertrokken. Ik zie een NS-vrouwtje. "Mevrouw, mevrouw!" Ik ren dramatisch op haar af, met de tranen nu in mijn ogen. De vrouw gunt mij geen blik waardig en zegt: "Nu even niet. Ik ben bezig." Ik had een ontzettende verlangen om haar met de stok, die ik bij me had, eens te laten zien wie hier nu eigenlijk de baas is. Ik hield me echter braaf in. "Ik raad u aan om naar D. te reizen met een sprinter en dan over te stappen naar R." Iets vrolijker loop ik naar het desbetreffende spoor en sta daar geduldig te wachten. Voor de zekerheid kijk ik op het vertrekbord en de woede slaat weer toe. Er rijdt verdorrie geen trein naar D. en die zal ook niet meer gaan rijden. Ondertussen wordt er omgeroepen dat het een vervelende situatie is en er gratis thee en koffie kan worden gehaald. Rot op met je thee! Rot op met je koffie! Toch heb ik dorst, maar als ik boven kom zie ik dat er een rij van hier tot aan de bussen staat van U. Er rijden geen treinen naar L., D. en A. Hoe kom ik in godsnaam in R.?
Vrijdag 18 januari 17.15 uur, in de trein richting A.
Ik heb me de trein in weten te wurmen. Met commentaar van mede-reizigers. "Is het nu wel slim om met je fiets te reizen?" "Lekker handig dit!" Ik heb de puf niet meer om opmerkingen zoals "ja, eikel. Ik moet naar R. en ik ga een halfjaar weg, dus als ik mijn fiets in U. laat staan, dan wordt ie binnen twee weken opgehaald door de gemeente en na een verloop van tijd verkocht, omdat ik hem niet kan ophalen. Dus ja. Deze fiets moet mee en als er een trein eerder naar R. was gegaan, dan had ik niet in de spits gezeten en had u er geen last van gehad. Maar goed. Deze fiets gaat dus mooi met mij mee" te maken.
Vrijdag 18 januari 17.45 uur, op A.
"U moet toeslag betalen voor de Fyra".
Vrijdag 18 januari 18.09 uur, op A.
Fyra kwam voorbij. Maar niet voor mij.
Vrijdag 18 januari 18.30 uur, op A.
Ik heb mensen geslagen met mijn stok om mij en de fiets de trein in te krijgen. Dat is gelukt. Ik maak scenario's in mijn hoofd als mensen gaan zeiken over mijn fiets (met mensen, bedoel ik de conducteur, maar die is helemaal niet langs gekomen). Ik val in slaap.
Vrijdag 18 januari 18.45 uur, in de trein richting R.
Intercity blijkt meer weg te hebben van een sprinter.
Vrijdag 18 januari 19.30 uur, aangekomen in R.
Ik, mijn fiets en de stok rennen over het station. We zijn thuis. Ik trotseer de kou en de inmiddels donker geworden lucht. Ik stap op mijn fiets en rijd bijna iemand aan. Het kan me niets meer schelen. De NS is kut en alle mensen zijn kut. Een vlokje sneeuw, een drupje regen; het zijn allemaal redenen om geen treinen te laten rijden.
Ik ben een slachtoffer en ik voel me zielig. Dus laat me alsjeblieft even wanen in de wereld van zelfmedelijden. Soms is dat namelijk heerlijk. Soms is het heerlijk om iemand zo diep te haten. Zo'n iemand die de NS heet. En er best veel aan kan doen, vind ik.
donderdag 3 januari 2013
24. Not so smart
Ik kan nu bijna 2 jaar auto rijden. En na 2 jaar, vind ik het rijden super leuk geworden. Misschien ligt het eraan dat er bijna nooit meer een gillende moeder, vader, broer, broertje, vriendje en vriendin naast me zit. Of dat ik zelf wat minder bang ben als ik langs elk zijstraatje rijd, zonder in paniek op de rem te trappen. Tevens rijd ik nu in zones waar je maximaal 30 mag rijden, meestal 50. Daarnaast rijd ik, maar dat gebeurt onbewust, omdat ik dan geen bordje langs de weg zie staan, vaak 80 terwijl je maar 50 mag. Tot nu toe heb ik nog geen ongelukken gemaakt en het voelt heerlijk om harder te rijden dan je eigenlijk mag. Ik vind dat ik vooruit ben gegaan.
Ik houd van een goede inleiding, maar nu even to the point: er is één ding in het verkeer waar ik mij mateloos aan erger. En ja, het is erg dat ik dit moet zeggen, maar VOETGANGERS. What a hell. Het is niet zo dat ik bij elke oversteekplaats nog een extra trap aan het gaspedaal geef (om te laten zien wie hier nu eigenlijk de baas is) of dat ik mijn koppeling heel luidruchtig op laat komen, zodat ze schrikken en niet meer over durven te steken. Nee, ik ben een ontzettende zachtaardige (pussy) verkeersdeelnemer. Ik laat een stoet bejaarden rustig over steken, de file toeterende auto's achter mij negerend. Ik houd van de oplettende voetganger. Ik houd niet van de voetganger die met zijn smartphone zit te spelen. De voetganger die zo erg verdiept is in zijn whatsapp'jes dat de rest van het verkeer er niet meer toe doet. Dan, ja alleen dan beste mensen, heb ik heel erg zin om nog wat extra gas te geven en eventueel het risico te lopen dat ik een been of een arm of allebei meeneem van de voetganger in kwestie.
Ik weet alleen dat het niet mag, maar anders...
Ik houd van een goede inleiding, maar nu even to the point: er is één ding in het verkeer waar ik mij mateloos aan erger. En ja, het is erg dat ik dit moet zeggen, maar VOETGANGERS. What a hell. Het is niet zo dat ik bij elke oversteekplaats nog een extra trap aan het gaspedaal geef (om te laten zien wie hier nu eigenlijk de baas is) of dat ik mijn koppeling heel luidruchtig op laat komen, zodat ze schrikken en niet meer over durven te steken. Nee, ik ben een ontzettende zachtaardige (pussy) verkeersdeelnemer. Ik laat een stoet bejaarden rustig over steken, de file toeterende auto's achter mij negerend. Ik houd van de oplettende voetganger. Ik houd niet van de voetganger die met zijn smartphone zit te spelen. De voetganger die zo erg verdiept is in zijn whatsapp'jes dat de rest van het verkeer er niet meer toe doet. Dan, ja alleen dan beste mensen, heb ik heel erg zin om nog wat extra gas te geven en eventueel het risico te lopen dat ik een been of een arm of allebei meeneem van de voetganger in kwestie.
Ik weet alleen dat het niet mag, maar anders...
vrijdag 28 december 2012
23. Liever niet
Cynisch. Dat ben ik ten voeten uit. Al ben ik ervan overtuigd dat iedereen af en toe een beetje cynisch is, is het bij mij soms in ergere mate. Ik heb namelijk een hekel aan kinderen. Daarbij maakt de leeftijd overigens wel een verschil. Zodra ze beginnen met praten, dan begint bij mij de haat. En sommigen mensen denken dus nu dat ik heel erg overdrijf, maar ik ben slecht in temperen. Voor mij is het of haat of liefde en daar zit wat mij betreft niets tussenin. Je hebt van die mensen die 'soms' of 'op sommige momenten' 'sommige kinderen' haten. Ik haat alle kinderen vanaf de leeftijd van 4 jaar.
Ik weet niet wanneer het begonnen is, maar wat ik wel weet is dat ik het oppassen als bijbaantje vreselijk vond. Ik kwam voor het geld, gratis eten en televisie, maar de kinderen konden wat mij betreft naar de maan lopen. Eer ik ze op bed had en een verhaaltje had voorgelezen, was ik al 2 uur verder. Vreselijk vond ik het. Daarbij komen dan ook nog die onbeschofte vragen. Een andere oppas had er waarschijnlijk hartelijk om gelachen, maar ik bedacht in mijn hoofd een wraakactie voor zo'n vraag. Zo was er een oppaskindje die vroeg hoe ik aan mijn borsten kwam, dat ze best klein waren en daarbij raakte ze de hele tijd mijn borsten aan. Ik was verdorrie 15 en nog nooit aangeraakt door een jongen. Ik vond het te gênant voor woorden. De vragen van de kinderen vind ik eigenlijk nog het ergste. Zo was ik, en jawel niemand kon het geloven, zwartepiet afgelopen Sinterklaasperiode. Overgehaald door het lekkere salaris en de gratis kruidnoten. De kinderen stelden allemaal vragen over Sinterklaas en al vond ik het stiekem heerlijk om ze voor te liegen; het was nog een hele improvisatieklus om een goed antwoord te bedenken. Het liefst had ik tegen hen allemaal gezegd: 'Sinterklaas bestaat niet'. Maar ja: dat is politiek incorrect. We gunnen de kinderen hun geloof en zodra ze 8 jaar zijn, vallen ze in een groot gat, omdat al die tijd Sinterklaas nooit bestaan heeft.
Ik besef me dat ik zo negatief ben, dat het volgens mij bijna niet meer leuk is om het te lezen. Daarnaast denken al mijn vriendinnen dat ik het niet meen. Ik schijn het nogal 'grappend' te zeggen, terwijl ik bloed serieus ben. Laatst was er ook een vriendin die had gezegd dat ik later heel huiselijk zou worden en een goede huisvrouw en moeder zou zijn. Ik was diep, maar dan ook diep beledigd. Toen voegde ze er nog maar aan toe dat huiselijk zijn heel positief is. En een andere vriendin had gezegd dat ik toch later wel kinderen krijg.
Stiekem denk ik ook wel dat ze gelijk heeft. Mijn principes ('haat aan alle kinderen boven de 4 jaar', 'nooit geen kinderen', 'kinderen voor mijn 28ste, worden, hoe cru ook, geaborteerd') heb ik sinds september laten varen. Niet allemaal, maar mijn haat is wat minder geworden. En nu ga ik iets zeggen, waar ik voor september bijna van moest braken, zo zoetsappig, maar ik heb een liefde en de liefde maakt blind. Ik heb fantasietjes over 3 kinderen en hoe onze drie kleine, roodharige kinderen gaan heten. En waar we wonen en zo. Ik baal er wel van dat ik niet zo standvastig ben, maar shit happens.
Ik weet niet wanneer het begonnen is, maar wat ik wel weet is dat ik het oppassen als bijbaantje vreselijk vond. Ik kwam voor het geld, gratis eten en televisie, maar de kinderen konden wat mij betreft naar de maan lopen. Eer ik ze op bed had en een verhaaltje had voorgelezen, was ik al 2 uur verder. Vreselijk vond ik het. Daarbij komen dan ook nog die onbeschofte vragen. Een andere oppas had er waarschijnlijk hartelijk om gelachen, maar ik bedacht in mijn hoofd een wraakactie voor zo'n vraag. Zo was er een oppaskindje die vroeg hoe ik aan mijn borsten kwam, dat ze best klein waren en daarbij raakte ze de hele tijd mijn borsten aan. Ik was verdorrie 15 en nog nooit aangeraakt door een jongen. Ik vond het te gênant voor woorden. De vragen van de kinderen vind ik eigenlijk nog het ergste. Zo was ik, en jawel niemand kon het geloven, zwartepiet afgelopen Sinterklaasperiode. Overgehaald door het lekkere salaris en de gratis kruidnoten. De kinderen stelden allemaal vragen over Sinterklaas en al vond ik het stiekem heerlijk om ze voor te liegen; het was nog een hele improvisatieklus om een goed antwoord te bedenken. Het liefst had ik tegen hen allemaal gezegd: 'Sinterklaas bestaat niet'. Maar ja: dat is politiek incorrect. We gunnen de kinderen hun geloof en zodra ze 8 jaar zijn, vallen ze in een groot gat, omdat al die tijd Sinterklaas nooit bestaan heeft.
Ik besef me dat ik zo negatief ben, dat het volgens mij bijna niet meer leuk is om het te lezen. Daarnaast denken al mijn vriendinnen dat ik het niet meen. Ik schijn het nogal 'grappend' te zeggen, terwijl ik bloed serieus ben. Laatst was er ook een vriendin die had gezegd dat ik later heel huiselijk zou worden en een goede huisvrouw en moeder zou zijn. Ik was diep, maar dan ook diep beledigd. Toen voegde ze er nog maar aan toe dat huiselijk zijn heel positief is. En een andere vriendin had gezegd dat ik toch later wel kinderen krijg.
Stiekem denk ik ook wel dat ze gelijk heeft. Mijn principes ('haat aan alle kinderen boven de 4 jaar', 'nooit geen kinderen', 'kinderen voor mijn 28ste, worden, hoe cru ook, geaborteerd') heb ik sinds september laten varen. Niet allemaal, maar mijn haat is wat minder geworden. En nu ga ik iets zeggen, waar ik voor september bijna van moest braken, zo zoetsappig, maar ik heb een liefde en de liefde maakt blind. Ik heb fantasietjes over 3 kinderen en hoe onze drie kleine, roodharige kinderen gaan heten. En waar we wonen en zo. Ik baal er wel van dat ik niet zo standvastig ben, maar shit happens.
vrijdag 30 november 2012
22. 6 maanden vooruit
Weet je dat november weer de tijd is om een vakantie te plannen voor de zomer? En als je in december wilde gaan skiën, dan had je in juli al moeten boeken. Weet je ook dat er mensen zijn die in september al een evenement op Facebook plaatsen voor Oud & Nieuw. Weet je ook dat mijn goede voornemen van het jaar 2012 was 'minder vooruit plannen'?
Weet je dat er verder niemand rekening houdt met het feit dat jij niet aan een strakke planning doet?
Midden november: "Wat doe jij met Oud & Nieuw?" "Wat?" "Wat doe jij met Oud & Nieuw?" "Ik snap je niet?" "OF JE IETS GEPLAND HEBT?" "Nee, sorry, nee. Ik heb er eerlijk gezegd nog niet over nagedacht. Het is dat jij het nu zegt. Nu denk ik er aan. Ik begin me nu ook al zorgen te maken. Is dat nodig?" "Nou ja, er zijn weer kaartjes te koop en die vliegen er binnen een dag uit?" "Een dag?" "Tja. Oud & Nieuw is populair." "Ik heb mijn verjaardag al wel gepland, maar dat was écht nodig." "Oud & Nieuw plannen is ook écht nodig. Anders zit je weer saai ergens alleen."
Het punt is, dat ik het helemaal niet erg vind om 'saai' Oud & Nieuw te vieren. Ik hecht, sinds ik niet meer thuis woon, veel meer waarde aan mijn familie en lieve vriendinnen. Dat zijn de mensen waar je uiteindelijk op terug kunt vallen, in welke soort tijden dan ook. Dat zijn de mensen die uiteindelijk altijd voor je klaar zullen staan en dat zijn dus ook de mensen met wie ik het liefst een vuurpijl in de lucht schiet om het nieuwe jaar in de luiden. Met wie ik het liefst voor de open haard zit en elkaar lieve verhaaltjes voor lees. Met wie ik, onder het genot van champagne, witte wijn, toastjes met brie, oliebollen, appelflappen, naar Paul de Leeuw of de Oudejaarsconference kijk.
En. Dit soort avonden zijn niet te plannen. Dat is het mooie ervan.
Weet je dat er verder niemand rekening houdt met het feit dat jij niet aan een strakke planning doet?
Midden november: "Wat doe jij met Oud & Nieuw?" "Wat?" "Wat doe jij met Oud & Nieuw?" "Ik snap je niet?" "OF JE IETS GEPLAND HEBT?" "Nee, sorry, nee. Ik heb er eerlijk gezegd nog niet over nagedacht. Het is dat jij het nu zegt. Nu denk ik er aan. Ik begin me nu ook al zorgen te maken. Is dat nodig?" "Nou ja, er zijn weer kaartjes te koop en die vliegen er binnen een dag uit?" "Een dag?" "Tja. Oud & Nieuw is populair." "Ik heb mijn verjaardag al wel gepland, maar dat was écht nodig." "Oud & Nieuw plannen is ook écht nodig. Anders zit je weer saai ergens alleen."
Het punt is, dat ik het helemaal niet erg vind om 'saai' Oud & Nieuw te vieren. Ik hecht, sinds ik niet meer thuis woon, veel meer waarde aan mijn familie en lieve vriendinnen. Dat zijn de mensen waar je uiteindelijk op terug kunt vallen, in welke soort tijden dan ook. Dat zijn de mensen die uiteindelijk altijd voor je klaar zullen staan en dat zijn dus ook de mensen met wie ik het liefst een vuurpijl in de lucht schiet om het nieuwe jaar in de luiden. Met wie ik het liefst voor de open haard zit en elkaar lieve verhaaltjes voor lees. Met wie ik, onder het genot van champagne, witte wijn, toastjes met brie, oliebollen, appelflappen, naar Paul de Leeuw of de Oudejaarsconference kijk.
En. Dit soort avonden zijn niet te plannen. Dat is het mooie ervan.
Abonneren op:
Posts (Atom)