Mijn moeder en ik zijn ons erg bewust van de commercials van Wakkerdier. Als mijn vader met een plofkip of de resten van een niet-biologische koe aan komt zetten, dan zijn hier thuis de poppen aan het dansen. "Nee, daar werken we niet aan mee. Deze kip staat letterlijk op ploffen." "Maar poppie, ze waren in de aanbieding en daarbij kunnen we er nu nog weinig aan veranderen dat de kip in kwestie een plofkip was. Hij is dood." Meestal gaat het dan een tijdje zo door en uiteindelijk eten we toch allemaal zwijgzaam een stukje van de geplofte kip tijdens het avondeten op.
Ik vind dat we, als mens, een stukje minder vlees kunnen eten om zo iets meer bij te dragen aan het bestaan van onze aarde. Ook denk ik dat een biologische scharrelkip of koe (ze scharrelen dan wel niet, maar toch) net wat lekkerder zal smaken, al is het alleen maar omdat je bij elke hap denkt "niet geploft, niet geploft, niet geploft". Dat voelt goed, beste mensen.
Over dierproeven heb ik echter een heel andere mening. Het dier is de laatste tijd veel in het nieuws geweest. Het begon, als we heel ver terug gaan in de tijd, al met het 'bekendmaken' van het feit dat onschuldige konijntjes mascara opgesmeerd kregen (had de mens elke keer oogkleppen op, of hoe zit het?), zodat de klant geen ontstoken oogjes kreeg en een L'Oréal niet aansprakelijk kon stellen. Toen kwam het wol van de zogenaamde Angorakonijn in beeld. Massaal werd het filmpje, waarin een schreeuwend konijntje door een of andere Aziaat werd kaal geplukt, bekeken. Vervolgens kwam Rijksuniversiteit Groningen in beeld en daarna de Universiteit Maastricht die een x aantal onschuldige labradors gebruikte voor een experiment met pacemakers. Heel ACD-Nederland stort zich vervolgens op dit feit, terwijl er nog dagelijks konijntjes rondlopen met rode ogen en ratten die voor alles en nog wat worden gebruikt. De hond, de labrador in dit specifieke geval, hoort namelijk "tussen de mensen". Tot waar reikt het medeleven van de mens, vraag ik me dan af? Het is allemaal puur egoïsme als je het mij vraagt. De gemiddelde vrouw koopt een mascara, waarbij er misschien wel twee konijntjes neer geknald zijn, omdat ze op de mascara verkeerd reageerden. En de vrouwen die aan de pil zijn dan? Ook zij maken dankbaar gebruik van het feit dat deze eerst zijn getest op "onschuldige" ratjes. We zullen als welvarend Nederland ook dankbaar toekijken wanneer Ebola of AIDS de wereld uit wordt gedreven. Ik kan jullie vertellen, daar komen echt heel wat onschuldige dieren bij aan te pas. Denk dan maar niet dat er een stille optocht voor deze dode diertjes wordt gehouden op 4 oktober. Zoals Ionica Smeets in Zomergasten zo mooi verwoordde (naar aanleiding van het feit dat we dankbaar moeten zijn voor onderzoeken en dat we er allemaal van profiteren): (…) "Anders laten we alle kinderen toch gewoon ziek worden? Dat is namelijk hoe het vroeger ging."
donderdag 11 september 2014
dinsdag 19 augustus 2014
54. Niet voor de (kale) poes
Je kunt je hele leven bezig blijven met afvragen hoe je dingen of iets moet aanpakken. Je vraagt je ook je hele leven af over hoe anderen oordelen over de dingen die jij op manier zus of manier zo hebt aangepakt. Een typisch voorbeeld hiervan is schaamhaar.
Wat kan ik me dat nog zo goed herinneren. Ik was 11 jaar oud en ik keek er ontzettend naar uit om de eerste donzige haartjes op mijn schaamstreek (dát vind ik nu een vies woord) te mogen begroeten. Ik was vooral ook nieuwsgierig naar de kleur. Mijn moeder had immers donkerbruin en mijn vader rossig. De enige momenten dat ik nieuwsgierig naar beneden keek, was onder de douche. Je kunt begrijpen dat ik ontzettend blij was met de komst van mijn schaamhaar. En wat was het mooi donkerbruin. De komst van mijn borstjes vond ik iets minder, voornamelijk vanwege het feit dat ik tijdens gym door een jongen gewezen werd op iets wat ik zelf ook al wist ("oh, jij krijgt tietjes!"). In ieder geval voelde ik me al best wel heel stoer. Schaamhaar en tietjes: het kon eigenlijk niet beter. Als ik toen had geweten dat het not done was om een mooi bosje schaamhaar te hebben, dan had ik er waarschijnlijk ook niet zo naar uitgekeken.
Een paar jaar later stond ik met een elektrisch scheermes (gekregen van de goed heilig man) in mijn hand de hele aangegroeide boel weer weg te scheren. En waarom? Het elektrisch scheermes had ik natuurlijk niet gekregen van Sinterklaas, maar van mijn moeder die heel goed heeft ingespeeld op de huidige trend: hoe minder haar, hoe beter. Ik vraag me af of ik dat scheermes ook gekregen had als de trend "into the woods" was geweest.
Ik heb schaamhaar nooit lelijk gevonden en ik kijk dan ook met plezier naar oude playboynummers waarin vrouwen in volle glorie een mooie bos laten zien. Er is niets mis met het onderhouden van je schaamhaar, beter nog; graag zelfs. De bollingen die zich kunnen vormen in badpakken, bikinibroekjes en onderbroekjes vanwege de veelheid aan overtollig haar, vind ik zelfs iets te ver gaan. Maar met schaamhaar an sich, is toch niets mis? Ik heb een aantal modelletjes waarbij ik er voor zorg dat ík het mooi vind, het niet lijkt op een kinderkutje (kom op beste mensen, ik beleef mijn twenties en we worden er ook niet jonger op..no one wants to fuck granny's (wrinkled) pussy) en mijn vriendje niet het gevoel heeft alsof hij zijn tanden aan het flossen is. Het kost me liters water en een paar handigheidjes, maar man, ik zet hele kunstwerken neer met dat kleine scheermesje. Oefening baart kunst.
Stiekem kan ik niet wachten totdat schaamhaar weer in de mode komt. Tot die tijd kijk ik mijmerend naar oude pornofoto's en ga ik rustig door met het modelleren van mijn harige Harry.
Noot: de Charley Chaplin is het moeilijkst (als je met je hoofd er boven hangt is het best lastig om te zien of het allemaal symmetrisch gaat), maar o zo sexy.
Nog een noot: ik heb er wel aan gedacht om een beweging op te zetten (De Harige Harry's), dit met verwijzing naar de eerste alinea. Ik maak me zelf namelijk totaal geen zorgen over wat vriendinnen met di pussy doen of wat ze ervan vinden wat ik met die van mij doe. Moge dat duidelijk zijn. Maar als er één schaap over de dam is dan….
Om mijn tekst even wat kracht bij te zetten: ik ben niet de enige!
Wat kan ik me dat nog zo goed herinneren. Ik was 11 jaar oud en ik keek er ontzettend naar uit om de eerste donzige haartjes op mijn schaamstreek (dát vind ik nu een vies woord) te mogen begroeten. Ik was vooral ook nieuwsgierig naar de kleur. Mijn moeder had immers donkerbruin en mijn vader rossig. De enige momenten dat ik nieuwsgierig naar beneden keek, was onder de douche. Je kunt begrijpen dat ik ontzettend blij was met de komst van mijn schaamhaar. En wat was het mooi donkerbruin. De komst van mijn borstjes vond ik iets minder, voornamelijk vanwege het feit dat ik tijdens gym door een jongen gewezen werd op iets wat ik zelf ook al wist ("oh, jij krijgt tietjes!"). In ieder geval voelde ik me al best wel heel stoer. Schaamhaar en tietjes: het kon eigenlijk niet beter. Als ik toen had geweten dat het not done was om een mooi bosje schaamhaar te hebben, dan had ik er waarschijnlijk ook niet zo naar uitgekeken.
Een paar jaar later stond ik met een elektrisch scheermes (gekregen van de goed heilig man) in mijn hand de hele aangegroeide boel weer weg te scheren. En waarom? Het elektrisch scheermes had ik natuurlijk niet gekregen van Sinterklaas, maar van mijn moeder die heel goed heeft ingespeeld op de huidige trend: hoe minder haar, hoe beter. Ik vraag me af of ik dat scheermes ook gekregen had als de trend "into the woods" was geweest.
Ik heb schaamhaar nooit lelijk gevonden en ik kijk dan ook met plezier naar oude playboynummers waarin vrouwen in volle glorie een mooie bos laten zien. Er is niets mis met het onderhouden van je schaamhaar, beter nog; graag zelfs. De bollingen die zich kunnen vormen in badpakken, bikinibroekjes en onderbroekjes vanwege de veelheid aan overtollig haar, vind ik zelfs iets te ver gaan. Maar met schaamhaar an sich, is toch niets mis? Ik heb een aantal modelletjes waarbij ik er voor zorg dat ík het mooi vind, het niet lijkt op een kinderkutje (kom op beste mensen, ik beleef mijn twenties en we worden er ook niet jonger op..no one wants to fuck granny's (wrinkled) pussy) en mijn vriendje niet het gevoel heeft alsof hij zijn tanden aan het flossen is. Het kost me liters water en een paar handigheidjes, maar man, ik zet hele kunstwerken neer met dat kleine scheermesje. Oefening baart kunst.
Stiekem kan ik niet wachten totdat schaamhaar weer in de mode komt. Tot die tijd kijk ik mijmerend naar oude pornofoto's en ga ik rustig door met het modelleren van mijn harige Harry.
Noot: de Charley Chaplin is het moeilijkst (als je met je hoofd er boven hangt is het best lastig om te zien of het allemaal symmetrisch gaat), maar o zo sexy.
Nog een noot: ik heb er wel aan gedacht om een beweging op te zetten (De Harige Harry's), dit met verwijzing naar de eerste alinea. Ik maak me zelf namelijk totaal geen zorgen over wat vriendinnen met di pussy doen of wat ze ervan vinden wat ik met die van mij doe. Moge dat duidelijk zijn. Maar als er één schaap over de dam is dan….
Om mijn tekst even wat kracht bij te zetten: ik ben niet de enige!
vrijdag 15 augustus 2014
53. Als je haar maar goed zit
Wat in feite weken zijn geweest, lijkt in mijn beleving maar een paar dagen. Weken? Wat zeg ik: maanden. En eigenlijk ook al wel jaren. Ik heb de angst om dierbaren te verliezen, maar eigenlijk heb ik ook angst voor de dood. Nu de dood dichterbij kwam dan ik tot nu toe heb meegemaakt, was ik eigenlijk vooral opgelucht. Niet vanwege de dood van mijn opa, maar vooral omdat hij het zelf zo graag op deze manier wilde. Hij was er klaar mee. Het was goed zo. Mijn opa zal herinnerd worden als één van de dapperste patiënten. Een kankerpatiënt die elke maand wel weer een nieuw kuurtje of shotje of een handjevol pijnstillers probeerde, om zijn leven te verlengen. Hij was er toen namelijk nog niet klaar mee. Een kankerpatiënt die zo tevreden was over de zusters, de broeders en de artsen. Hij sprak vol lof over het personeel en hij was ze zo ontzettend dankbaar. Hij gaf continu complimentjes over het eten in het ziekenhuis, en, laten we eerlijk zijn (ik spreek uit ervaring), dat is toch echt niet te nassen. De laatste weken kon er eigenlijk geen morfine tegen de pijn van mijn opa op. Dus, zo geschiedde het, dat wij, zonder enig gezeik, om het bed van mijn opa heen stonden om hem bij te staan. Hem te laten weten dat we achter zijn keuze stonden, terwijl er dikke tranen over onze wangen biggelden. Met rode ogen heb ik hem nog verteld dat ik hem deze week nog wel zou zien en hem nog meer knuffels zou geven.
Mijn opa is van een knorrige, fitte (maar toch een oude), geïnteresseerde man de laatste paar weken in rap tempo veranderd in een iel kankerpatiëntje. Chemo doet het lichaam niet goed. Behalve zijn haaruitval, kreeg hij vlekken op het lichaam waar met geen crème tegen op te smeren viel, veranderde zijn licht gebruinde huid in een valig geval en had hij continu zweetaanvallen. Je begrijpt dat het laatste wat je dan nog wilt, is dat iemand pijn lijdt.
Die dag, toen we met z'n allen snikkend zijn kamer hadden verlaten en om een grote tafel zaten, kunnen andere dingen je even niet interesseren. Wanneer je nichtje, heel ongenuanceerd, zich bezig houdt met zaken als het knippen van opa's haar, kun je ook niets anders doen dan lachen.
- Ik wil eigenlijk nog wel opa's haar knippen. Dat heb ik beloofd. Morgen.
- Morgen slaapt hij. En die dag daarna ook.
- Ja daarom. Ik kan moeilijk aan hem vragen of hij zijn hoofd even naar beneden doet.
- En hoe vies is dat. Hem knippen in bed.
- We kunnen er toch een stofzuiger bij houden?
- Bij zijn hoofd? Lekker.
- Maar zijn haar ziet er echt niet uit. Heel warrig.
Mijn opa is van een knorrige, fitte (maar toch een oude), geïnteresseerde man de laatste paar weken in rap tempo veranderd in een iel kankerpatiëntje. Chemo doet het lichaam niet goed. Behalve zijn haaruitval, kreeg hij vlekken op het lichaam waar met geen crème tegen op te smeren viel, veranderde zijn licht gebruinde huid in een valig geval en had hij continu zweetaanvallen. Je begrijpt dat het laatste wat je dan nog wilt, is dat iemand pijn lijdt.
Die dag, toen we met z'n allen snikkend zijn kamer hadden verlaten en om een grote tafel zaten, kunnen andere dingen je even niet interesseren. Wanneer je nichtje, heel ongenuanceerd, zich bezig houdt met zaken als het knippen van opa's haar, kun je ook niets anders doen dan lachen.
- Ik wil eigenlijk nog wel opa's haar knippen. Dat heb ik beloofd. Morgen.
- Morgen slaapt hij. En die dag daarna ook.
- Ja daarom. Ik kan moeilijk aan hem vragen of hij zijn hoofd even naar beneden doet.
- En hoe vies is dat. Hem knippen in bed.
- We kunnen er toch een stofzuiger bij houden?
- Bij zijn hoofd? Lekker.
- Maar zijn haar ziet er echt niet uit. Heel warrig.
maandag 4 augustus 2014
52. Dikkertje Dap
Toen ik mijn vriendje laatst uitlegde dat we sukkelseks hadden, begreep hij niet waar ik naar refereerde. De Van Dale besloot er deze definitie aan te geven:
Sukkelseks: seks die niet gericht is op het leveren van seksuele topprestaties
Uiteraard hebben vriendje en ik ontzettende hete, stomende, wilde, niet-gewone, spannende, uitermate top, in één woord 'wauw' seks. Maar wanneer je een liedje in je hoofd hebt (in mijn geval: Dikkertje Dap) en tijdens het liefkozen deze zingt, zonder te beseffen dat het een enorme mood killer is, maar je vriendje dit besluit te negeren uit liefde voor jou, nou beste mensen: dan zit je relatie wel snor. Het punt is dat ik nu niet meer Dikkertje Dap kan zingen, zonder dat ik daarbij aan seks denk. Ook is het onmogelijk om Dikkertje Dap in een dirty way te zingen. We hebben het geprobeerd. Echt waar. Want ja, als je dan toch een kinderliedje in je hoofd hebt zitten, dan maar dirty. En vriendjelief deed vrolijk mee. Suikerklontje werd klont en niet veel later kwakje. En het kwakje werd in de mond van de giraffe gespoten. Het was een grote muzikale onderneming in bed (ook wel: dirty sing).
Alleen, op het moment suprême, toen we allebei graag onze laatste uithaal wilden maken, barstte ik in lachen uit. Dikkertje Dap, een kwak of een suikerklontje, gaat niet samen met seks. Erg jammer.
Dikkertje Dap zal nooit meer hetzelfde zijn. Arm Dikkertje.
Sukkelseks: seks die niet gericht is op het leveren van seksuele topprestaties
Uiteraard hebben vriendje en ik ontzettende hete, stomende, wilde, niet-gewone, spannende, uitermate top, in één woord 'wauw' seks. Maar wanneer je een liedje in je hoofd hebt (in mijn geval: Dikkertje Dap) en tijdens het liefkozen deze zingt, zonder te beseffen dat het een enorme mood killer is, maar je vriendje dit besluit te negeren uit liefde voor jou, nou beste mensen: dan zit je relatie wel snor. Het punt is dat ik nu niet meer Dikkertje Dap kan zingen, zonder dat ik daarbij aan seks denk. Ook is het onmogelijk om Dikkertje Dap in een dirty way te zingen. We hebben het geprobeerd. Echt waar. Want ja, als je dan toch een kinderliedje in je hoofd hebt zitten, dan maar dirty. En vriendjelief deed vrolijk mee. Suikerklontje werd klont en niet veel later kwakje. En het kwakje werd in de mond van de giraffe gespoten. Het was een grote muzikale onderneming in bed (ook wel: dirty sing).
Alleen, op het moment suprême, toen we allebei graag onze laatste uithaal wilden maken, barstte ik in lachen uit. Dikkertje Dap, een kwak of een suikerklontje, gaat niet samen met seks. Erg jammer.
Dikkertje Dap zal nooit meer hetzelfde zijn. Arm Dikkertje.
donderdag 31 juli 2014
51. De blouse en andere prangende vragen
In bijna elke Amerikaanse serie kom je haar tegen. Soms wit, soms lichtblauw, af en toe zalmroze. Ik heb het natuurlijk over de blouse. De mannenblouse. Of nóg beter: de after sex blouse. Na een stevige, geile vrijpartij liggen de preutse dames als een soort prinsesje opgerold in de dekens. Zelden zie je tieten. Zelden zie je ontploft haar, omdat het zo wild er aan toe ging. Zelden zie je dat de mascara is uitgelopen, waardoor je eruit ziet als een mislukte panda. Zelden zie je de man, dan wel de vrouw zweten. Het ziet er altijd zo perfect uit, dat je je bijna altijd wel even het volgende afvraagt: hoe doen ze dit?
En waar komt die blouse dan vandaan? Ligt deze casual op de grond, omdat je sexy bedpartner hem zojuist heeft uitgetrokken? Of loop je serieus naar de kast van je scharrel om te kijken of hij daar een gestreken, netjes opgevouwen blouse heeft liggen? Zoveel vragen en maar weinig antwoorden. Ik zelf doe niet eens meer de moeite om iets over mijn naakte lichaam heen te draperen. In de hoop niet gespot te worden door de huisgenoot van mijn lover, sprint ik naar beneden het toilet in. In de romantische Amerikaanse versie van een seksscène, zie ik nooit de dames sprinten naar de wc om te voorkomen dat ze de volgende dag last hebben van een blaasontsteking (I know, ik verpest de romantiek).
Dan nog iets. Heeft de Amerikaanse, perfecte man niet de ballen om even iets langer in bed te blijven liggen, zodat het vrouwtje niet alleen wakker wordt? Ach ja, dat kan natuurlijk ook niet, want de vrouw moet wakker worden van de geur van vers gebakken pannenkoeken. De vrouw moet goed weten wat haar positie is: puur zakelijk. Vreet je pannenkoeken op mens en vertrek!
En waar komt die blouse dan vandaan? Ligt deze casual op de grond, omdat je sexy bedpartner hem zojuist heeft uitgetrokken? Of loop je serieus naar de kast van je scharrel om te kijken of hij daar een gestreken, netjes opgevouwen blouse heeft liggen? Zoveel vragen en maar weinig antwoorden. Ik zelf doe niet eens meer de moeite om iets over mijn naakte lichaam heen te draperen. In de hoop niet gespot te worden door de huisgenoot van mijn lover, sprint ik naar beneden het toilet in. In de romantische Amerikaanse versie van een seksscène, zie ik nooit de dames sprinten naar de wc om te voorkomen dat ze de volgende dag last hebben van een blaasontsteking (I know, ik verpest de romantiek).
Dan nog iets. Heeft de Amerikaanse, perfecte man niet de ballen om even iets langer in bed te blijven liggen, zodat het vrouwtje niet alleen wakker wordt? Ach ja, dat kan natuurlijk ook niet, want de vrouw moet wakker worden van de geur van vers gebakken pannenkoeken. De vrouw moet goed weten wat haar positie is: puur zakelijk. Vreet je pannenkoeken op mens en vertrek!
dinsdag 22 juli 2014
50. Nostalgische bron
"Het is meer dan 6 maanden geleden, nee wacht, ja écht meer dan 6 maanden geleden dat ik je gezien heb!" roept mijn, inmiddels in een beeldschone Italiaanse getransformeerde, vriendin uit. Ik knuffel haar, geef haar nog een zoen, en dan nog maar een paar knuffels. Gek, realiseer ik me. Het is al een halfjaar geleden dat ik haar dag heb gezwaaid voor een avontuur die zij nooit meer zal vergeten, maar die geheel aan mij voorbij is gegaan. En vreemd is het ook dat voor haar de tijd heel snel gegaan lijkt te zijn, maar dat dat voor mij niet heel anders is. En nog gekker vind ik het dat ik rustig met haar een kopje thee kan drinken, uren kan kletsen, zonder dat het vreemd voelt. Ze is goddorie een halfjaar weggeweest (nee, meer dan een halfjaar zelfs!).
Gedurende ons uitgebreide lunch, zij met een bruine boterham met rosbief en ik met couscoussalade, passeren allerlei onderwerpen de revue. Wanneer de veel besproken MH17-ramp aan bod komt, ben ik even stil. Het heeft me meer gedaan dat ik dacht dat het zou doen en voornamelijk vanwege het feit dat ik me wel besefte dat het leven met één raket voorbij kan zijn, maar dat het dus ook echt geen fuck uitmaakt wat je allemaal in je leven doet, want niemand die zich dat ooit nog gaat herinneren. Vooral als je met een heel gezin meteen uit de stamboom wordt gebonjourd. “Ja weet je, dit klinkt misschien heel cru, maar er is dus mooi helemaal niets over van die lichamen daar”, gaat mijn vriendin verder, terwijl ze rustig haar rosbief herkauwt. “En dan vraag ik mij dus af wat er nu precies in die lijkzakken naar Nederland wordt vervoerd. Zouden de onderzoekers naar elkaar schreeuwen wanneer de één een arm vindt en de ander een bijpassend been?” Ik begin te lachen en voordat ik het weet hebben we allerlei situaties geschetst over puzzelen met benen, armen en andere lichaamsdelen.
Niet veel later begin ik heel nostalgisch te mijmeren over het feit dat ik haar al meer dan 11 jaar ken en dat dat best bijzonder is, maar dat deze vriendschap ook in één ruk voorbij kan zijn, waarop zij nuchter antwoordt: “ja, nou geen zorgen, want als jij dood gaat heb jij er in ieder geval geen last meer van.” En dat is waar. We zijn als mensen allemaal bang voor de dood, maar waar we denk ik banger voor moeten zijn is achterblijven. Face it, de achterblijvers hebben het toch het zwaarst.
De Lunch (het was een belangrijke) heeft onze vriendschap weer volledig hersteld en het halfjaar dat we elkaar niet hebben gezien, is in een paar uur tijd weer ingehaald. Peinzend staan we voor het schap met agenda’s. “Ja, alle bouwco’s hebben eigenlijk een Moleskine, maar die zijn wel duur.” “Ik zeg: ga voor een klassieke Hema”, antwoord ik, terwijl ik naar een agenda grijp. “Hier, deze heb ik. Hij is simpel en het belang van deze agenda zit hem in het detail”, ik wijs naar een spiraalvormige knoop waarmee je de agenda, hoe simpel, met een touwtje dicht doet. “Ja, nou ja, ik heb zelf ook een spiraal”, antwoordt vriendin inmiddels opgewekt. “Nou”, zeg ik, “dan is deze agenda jou sowieso op het lijf geschreven,” waarop wij in lachen uitbarsten.
En nu ik dit zo opschrijf besef ik me dat het echt klopt wat ze zeggen: je weet pas wat je mist, als je het niet meer hebt. Al moest ik wel zien wat ik ook al weer had, om te beseffen dat ik het stiekem wel heel erg gemist had. Gesprekken zoals bovenstaand, zullen dan ook alleen grappig worden gevonden door degenen die zich in deze situatie bevonden. Net op het moment dat ik denk dat mijn vriendin, met de Italiaanse schoonheid en de Nederlandse nuchterheid, vergeten is hoe het is om nostalgisch te mijmeren roept ze bij de kassa, terwijl ik mijn pinpas door de automaat laat glijden, hard uit: “weet je nog toen je voor het eerst moest pinnen? Ja bij de Zara? Dat ging helemaal mis natuurlijk!”
Noot: dit was 6 jaar geleden en ik was inderdaad dood nerveus om te pinnen. En het was inderdaad bij de Zara. Waar ik nog steeds niet graag pin.
maandag 21 juli 2014
49. De tijden van een sloof
Na bijna 8 weken van totale uitputting (zowel fysiek als mentaal; man, die hakken spannen mijn kuitspieren echt aan!), leerzame momenten, stressvolle deadline's, heerlijke lunches, het open- en dichtslaan van deuren van collega's om te laten merken hoe druk zij het wel niet hebben, het verdienen van een uurloon waar zelfs Aziatische kinderen geen hand voor omdraaien (grapje), het op een dag wel twintig keer bezoeken van de bibliotheek (voornamelijk omdat ik steeds vergeet een lijstje van boeken mee naar boven te nemen), de bezochte zittingen, gastcolleges en presentaties, maar bovenal een ervaring die niemand me nu nog afpakt: het zijn van een student-stagiaire.
Al ben ik ontzettend blij dat ik al dit bovenstaande mee heb kunnen maken, ik kijk er stiekem wel heel erg naar uit om niet meer die student-stagiaire te zijn. Om niet meer steeds halverwege in de gang al mijn naam te moeten horen, waarbij ik rekening moet houden met het feit dat mijn mondhoeken omhoog krullen in plaats van een vermoeid gezicht met een bijbehorende chagrijnig uitstraling, omdat ik het al erg druk heb. Wij, de student-stagiaires, zijn ook het laagste van het laagste. Eerlijk waar, de schoonmaakster staat nog hoger op de carrièreladder dan ik. Ik was daarom ook erg verbaasd dat ik zowel bij mijn eerste stage, als bij mijn tweede stage de koffie- en theepot alleen heb aangeraakt voor eigen gebruik en dat ik veelal de hulp van de secretaresses heb moeten inschakelen voor Eerste Hulp bij Kopieerongevallen, omdat ik meestal niet eens wist hoe de kopieermachine werkt (om nog maar te zwijgen over het feit dat het meestal een kwestie was van nieuw papier in de papierlade doen).
Aanstaande vrijdag zwaai ik met mijn linkerhand, en hopelijk met een goede beoordeling in mijn rechterhand, mijn ex-collega's vaarwel. Al weet ik niet of het een vaarwel is voor altijd, gezien het feit dat ik al door een aantal mensen ben gevraagd of ik niet een carrière in Twente ambieer (mocht om een gekke reden de Derde Wereldoorlog uitbreken en alle randsteden worden plat gebombardeerd, who knows).
Ten slotte vind ik het een heerlijk gevoel om een bijdrage aan mijn carrière ook daadwerkelijk te vereeuwigen, en wel op mijn CV. De kleine, zwarte, lettertype 11 lettertjes die beschrijven dat ik bij dat advocatenkantoor op 2 juni t/m 25 juli me uitgesloofd heb om me van mijn beste kant te laten zien, waarbij ik, weet ik veel wanneer, nog wel altijd profijt van zal hebben. Natuurlijk, de afronding van mijn bachelor dit jaar was een momentje waarbij ik langer dan 2 minuten heb stilgestaan (al weet mijn moeder het overigens altijd weer leuk naar beneden te halen: "je bachelor stelt eigenlijk niets voor, maar gefeliciteerd!"), mijn cijferlijst stop ik liever in een doos ergens achter in een kast. Een mooie acht, een paar zeventjes, maar vooral heel wat zesjes prijken op mijn cijferlijst. Ik kwam er al vrij snel achter dat ik maar voor een paar vakken hoge cijfers zou kunnen halen en voor de andere vakken moest ik me dan ook tevreden stellen met een goede zes. Het motto "gehaald is gehaald" is dan ook helemaal op mij van toepassing. Als het met cijfers dan niet lukt, dan maar met mijn CV, dacht ik.
En nu kunnen we toch wel concluderen dat (vingers gekruist dat mijn beoordeling ook een momentje is waarbij ik in ieder geval 2 minuten stil kan staan) ik met de afronding van twee stages een erg goede kant op ga. Ik zeg altijd maar: zoals jij, zo likt er maar één.
Al ben ik ontzettend blij dat ik al dit bovenstaande mee heb kunnen maken, ik kijk er stiekem wel heel erg naar uit om niet meer die student-stagiaire te zijn. Om niet meer steeds halverwege in de gang al mijn naam te moeten horen, waarbij ik rekening moet houden met het feit dat mijn mondhoeken omhoog krullen in plaats van een vermoeid gezicht met een bijbehorende chagrijnig uitstraling, omdat ik het al erg druk heb. Wij, de student-stagiaires, zijn ook het laagste van het laagste. Eerlijk waar, de schoonmaakster staat nog hoger op de carrièreladder dan ik. Ik was daarom ook erg verbaasd dat ik zowel bij mijn eerste stage, als bij mijn tweede stage de koffie- en theepot alleen heb aangeraakt voor eigen gebruik en dat ik veelal de hulp van de secretaresses heb moeten inschakelen voor Eerste Hulp bij Kopieerongevallen, omdat ik meestal niet eens wist hoe de kopieermachine werkt (om nog maar te zwijgen over het feit dat het meestal een kwestie was van nieuw papier in de papierlade doen).
Aanstaande vrijdag zwaai ik met mijn linkerhand, en hopelijk met een goede beoordeling in mijn rechterhand, mijn ex-collega's vaarwel. Al weet ik niet of het een vaarwel is voor altijd, gezien het feit dat ik al door een aantal mensen ben gevraagd of ik niet een carrière in Twente ambieer (mocht om een gekke reden de Derde Wereldoorlog uitbreken en alle randsteden worden plat gebombardeerd, who knows).
Ten slotte vind ik het een heerlijk gevoel om een bijdrage aan mijn carrière ook daadwerkelijk te vereeuwigen, en wel op mijn CV. De kleine, zwarte, lettertype 11 lettertjes die beschrijven dat ik bij dat advocatenkantoor op 2 juni t/m 25 juli me uitgesloofd heb om me van mijn beste kant te laten zien, waarbij ik, weet ik veel wanneer, nog wel altijd profijt van zal hebben. Natuurlijk, de afronding van mijn bachelor dit jaar was een momentje waarbij ik langer dan 2 minuten heb stilgestaan (al weet mijn moeder het overigens altijd weer leuk naar beneden te halen: "je bachelor stelt eigenlijk niets voor, maar gefeliciteerd!"), mijn cijferlijst stop ik liever in een doos ergens achter in een kast. Een mooie acht, een paar zeventjes, maar vooral heel wat zesjes prijken op mijn cijferlijst. Ik kwam er al vrij snel achter dat ik maar voor een paar vakken hoge cijfers zou kunnen halen en voor de andere vakken moest ik me dan ook tevreden stellen met een goede zes. Het motto "gehaald is gehaald" is dan ook helemaal op mij van toepassing. Als het met cijfers dan niet lukt, dan maar met mijn CV, dacht ik.
En nu kunnen we toch wel concluderen dat (vingers gekruist dat mijn beoordeling ook een momentje is waarbij ik in ieder geval 2 minuten stil kan staan) ik met de afronding van twee stages een erg goede kant op ga. Ik zeg altijd maar: zoals jij, zo likt er maar één.
Abonneren op:
Posts (Atom)