Met een lichte paniekaanval doe ik mijn agenda dicht. Ik schuif hem steeds verder van mij af, totdat ik me besef dat mijn vakantie nu toch echt even over is. Al ijsberend wandel ik door mijn fijne ouderlijke kamer waarbij ik steeds maar de gedachte moet onderdrukken dat "ik dit misschien toch niet had moeten doen". Ik ga weer zitten, pak mijn agenda erbij en besef me dat ik van half 9 tot half 6 doordeweeks een druk bezette vrouw ben. Niet meer uitslapen, niet meer met de hond knuffelen, niet zomaar op de trein naar Utrecht om daar even de ene activiteit na de andere activiteit te ondernemen, niet zomaar tot half 12 's avonds op het hockeyveld kletsen met mijn teamgenootjes en een beetje minder vriendlief en iets minder vriendinnen.
Morgen begin ik met mijn stage en al stel ik me waarschijnlijk op dit moment ongelooflijk aan: ik vind het nu al jammer dat ik de komende maand mensen waarschijnlijk continu zal moeten teleurstellen inclusief mijzelf. Al is het op mijn stage (je weet wel: dat ze zich eigenlijk afvragen waarom ze mij überhaupt hebben aangenomen), al is het in mijn sportieve leventje en al zijn het mijn vriendinnen en vriendje. Daar komt dan ook nog eens bij dat ik best nerveus ben. Opmerkingen als "ach ja, je kunt er altijd mee stoppen" wil ik dan ook niet in mijn hoofd halen. Ik geef toch zomaar niet op! Vannacht sliep ik al slecht. Al zal ik waarschijnlijk de nieuwe, 100ste, sloof worden van het kantoor, ik hoop toch stiekem dat ik dan wél uitblink in het maken van kopietjes (wat volgens de lieve, goed bedoelde woorden van vriendlief nog best een hele moeilijke klus is), het zetten van overheerlijke koffie en thee, het uittypen van de notulen van de zoveelste vergadering op een dag, het halen van broodjes en nog meer thee en koffie en als de schoonmakers er dan ook nog de brui aan geven dat ik dan ook nog uitstekend om weet te gaan met WC-eend en de wc-borstel. Vanaf morgen ben ik officieel een stagiaire mét een overeenkomst, een uurloon (waar een aantal mensen, nadat ze het hadden gehoord, in lachen uitbarstten), een geheimhoudingsverklaring en hopelijk daarna een goede referentie voor een catering- of schoonmaakbedrijf!
zondag 6 april 2014
vrijdag 4 april 2014
44. Je voudrais un Big Mac
Mijn Frans is niet meer wat het geweest is. Eerlijk gezegd denk ik dat het level van Frans in Pays-Bas sowieso niet erg hoog is. Op de middelbare school haalde ik geregeld tienen voor SO's en af en toe een 10 voor een proefwerk, wat de leraar uiteraard geweldig vond. Hij kon het dan ook niet laten het in elke klas dat hij Frans gaf, te vertellen. We hadden 5 klassen, en hij gaf alle 5 de klassen les. Je raadt het al: binnen no time was ik de stuud van het eerste jaar.
Mijn Franse vriendin vertelde me dat Fransen erg trots zijn op hun taal (het zijn gewoon trotse mensen in het algemeen) en er moeite mee hebben om een andere taal te leren, terwijl er eeuwenlang in (bijna) heel Europa Frans werd gesproken. Dat is ook de reden dat zowel jongeren als ouderen niet goed Frans kunnen spreken. Stiekem denk ik dat ze er heel goed in zijn, maar het vertikken een Engels woord uit hun mond te laten komen. Deze zomer ondervond ik hoe het is om met een trotse Fransman in aanraking te komen. Je loopt een winkel of restaurant binnen, je vraagt of bestelt iets in het Engels, vervolgens doen ze 1. alsof ze je niet begrijpen of 2. ze antwoorden terug in het Frans. Dan pas je je als Nederlander meteen aan en stel je de vraag in je gebrekkige havo Frans, waarop de Fransman geërgerd en in het Frans nog sneller terug praat, waardoor je met een gebogen hoofd het restaurant of winkel wel moet verlaten, omdat er sprake is van miscommunicatie.
Dus toen ik afgelopen week een paar dagen in Frankrijk doorbracht en ik tijdens mijn reis de Mac Donalds binnen wandelde, was dan ook mijn plan vast te houden aan mijn Engels. Een jong meisje stond achter de kassa en ik vroeg haar, in het Engels, om een Big Mac-menu. Het meisje leek deze zin direct te begrijpen en antwoordde snel: "I don't speak English". Mijn verbazing moest wel van mijn gezicht af te lezen zijn, want welke flapdrol snapt het woord Big Mac en menu niet? Ik wees naar het menu, ik probeerde het zelfs nog in het Frans, maar er moest echt iemand anders bij worden gehaald. Dat was waarschijnlijk de tolk van de Franse toko en gelukkig begreep hij direct wat ik wilde. Ik weet niet zo goed waar ik meer verbaasd over was. Het feit dat blijkbaar de Fransen een ander woord voor de Amerikaanse hamburgers gebruiken of het feit dat jonge Franse mensen geen woord Engels uit hun strot weten te krijgen. Dit was de dag dat ik besefte dat alle Europeanen, behalve de Fransen uiteraard (dat zou wat zijn), zich maar goed moeten aanpassen. De hele wereld spreekt Engels, maar als we in Frankrijk zijn moeten we toch echt over op het Frans. Geen gezeur meer in winkels, restaurants, openbaar vervoer, kortom: nergens meer. De Fransman behoudt zijn trots en wij, de altijd onderdanige Nederlander, past zich uitstekend aan en is vloeiend in drie talen. Hoe erg kan dat nu eenmaal zijn?
Mijn Franse vriendin vertelde me dat Fransen erg trots zijn op hun taal (het zijn gewoon trotse mensen in het algemeen) en er moeite mee hebben om een andere taal te leren, terwijl er eeuwenlang in (bijna) heel Europa Frans werd gesproken. Dat is ook de reden dat zowel jongeren als ouderen niet goed Frans kunnen spreken. Stiekem denk ik dat ze er heel goed in zijn, maar het vertikken een Engels woord uit hun mond te laten komen. Deze zomer ondervond ik hoe het is om met een trotse Fransman in aanraking te komen. Je loopt een winkel of restaurant binnen, je vraagt of bestelt iets in het Engels, vervolgens doen ze 1. alsof ze je niet begrijpen of 2. ze antwoorden terug in het Frans. Dan pas je je als Nederlander meteen aan en stel je de vraag in je gebrekkige havo Frans, waarop de Fransman geërgerd en in het Frans nog sneller terug praat, waardoor je met een gebogen hoofd het restaurant of winkel wel moet verlaten, omdat er sprake is van miscommunicatie.
Dus toen ik afgelopen week een paar dagen in Frankrijk doorbracht en ik tijdens mijn reis de Mac Donalds binnen wandelde, was dan ook mijn plan vast te houden aan mijn Engels. Een jong meisje stond achter de kassa en ik vroeg haar, in het Engels, om een Big Mac-menu. Het meisje leek deze zin direct te begrijpen en antwoordde snel: "I don't speak English". Mijn verbazing moest wel van mijn gezicht af te lezen zijn, want welke flapdrol snapt het woord Big Mac en menu niet? Ik wees naar het menu, ik probeerde het zelfs nog in het Frans, maar er moest echt iemand anders bij worden gehaald. Dat was waarschijnlijk de tolk van de Franse toko en gelukkig begreep hij direct wat ik wilde. Ik weet niet zo goed waar ik meer verbaasd over was. Het feit dat blijkbaar de Fransen een ander woord voor de Amerikaanse hamburgers gebruiken of het feit dat jonge Franse mensen geen woord Engels uit hun strot weten te krijgen. Dit was de dag dat ik besefte dat alle Europeanen, behalve de Fransen uiteraard (dat zou wat zijn), zich maar goed moeten aanpassen. De hele wereld spreekt Engels, maar als we in Frankrijk zijn moeten we toch echt over op het Frans. Geen gezeur meer in winkels, restaurants, openbaar vervoer, kortom: nergens meer. De Fransman behoudt zijn trots en wij, de altijd onderdanige Nederlander, past zich uitstekend aan en is vloeiend in drie talen. Hoe erg kan dat nu eenmaal zijn?
woensdag 2 april 2014
43. Het waarom achter de check, check, double check
Ik vind mensen die altijd als eerste in de rij gaan staan, uit angst om ergens niet binnen te komen, over het algemeen behoorlijk irritant. Mensen die met man en macht proberen voor te piepen vind ik al even irritant om dan nog maar te zwijgen over het feit dat ik het helemaal niet nodig vind om 3 uur van tevoren op een vliegtuig te wachten dat nog niet eens geland is. Een uurtje of anderhalf is voor mij ruim voldoende.
Nu kwam ik een paar dagen geleden ruim op tijd aan op het vliegveld van Parijs. Ik had plus minus een uurtje om de juiste incheckbalie te vinden. En hoeveel vliegtuigen vertrekken er nu naar Praag? Op die dag twee. Op hetzelfde tijdstip. Moe van de lange treinreis koos ik voor terminal 2, voornamelijk uit gemakzucht gezien het feit dat mijn trein stopte bij terminal 2. Ik pakte mijn ticket erbij en had het idee dat ik wel de juiste keuze had gemaakt. Ik controleerde snel de tijd en alles klopte. Eenmaal aangekomen bij de incheckbalie stond er tot mijn opluchting een heel korte rij. Sloom sjokte ik naar, wat ik dacht, de laatste persoon in de rij en sloot achteraan aan. Rare blikken negeerde ik (ik word wel vaker raar aangekeken dus dat is niets nieuws) en pakte zelfverzekerd mijn paspoort erbij. Op een gegeven moment werd ik aangetikt door een boze Tsjech die in het Tsjechisch iets begon te roepen. Op mijn vraag "I am sorry but I do not understand you" draaide de man zich om en sloot weer aan in de rij. Met een schamper lachje vroeg ik de reizigers om mij heen "what his problem was". Daarop antwoordde een vrouw heel vriendelijk dat er een hele rij achter mij stond en dat ik was voor gepiept. Snel draaide ik me om en zag ik dat de rij zo lang was dat ik niet kon geloven dat ik werkelijk waar die hele rij voorbij was gelopen.
Beteuterd en nog steeds verbaasd sloot ik netjes achteraan aan en probeerde de lachende, Tsjechische, gezichten te negeren. Twintig minuten later stond ik voor de steward in de aanslag om mijn koffer op de weegschaal te zetten. "I am sorry madame. You are not in our flight." "Yes I am. I made a reservation on Cheaptickets.nl and I also paid, so there should not be a problem." "No really. You are not flying with us. You booked a flight with air wings. This plane is leaving from terminal 3 at 3 o'clock as well. You should run." Een vlucht geboekt met air wings? Ik heb helemaal niets geboekt. De aardige mensen van Cheaptickets hebben me een vlucht aangeboden met korting. Shit, shit, double shit! De steward vervolgde: "But it is already half past two, so I am sure you won't make it. You really have to run to terminal 3. There will be a shuffle. Good luck madame." "I have to run?" "Yes you should run." Dat liet ik me niet twee keer zeggen en ik rende terminal 2 uit. En bij elke stap dacht ik "ik wil niet op dit vliegveld overnachten. Laat me alsjeblieft dat verdomde vliegtuig halen. Kut cheaptickets." Om de zoveel meter moest ik stoppen, omdat mijn koffertje de snelheid niet aankon en daardoor omkieperde. Na 5 minuten, maar wat een eeuwigheid leek te duren, arriveerde ik bij de shuffle. En werkelijk waar: wat ging de shuffle traag! Je zou verwachten dat je na aankomst bij de shuffle direct uitkomt in terminal 3, maar nee hoor. Ook daar moest ik door allerlei hallen rennen om uiteindelijk bij een gesloten incheckbalie te arriveren. De eerste de beste stewardess die ik tegen kwam sprak ik aan. Al hijgend vertelde ik mijn verhaal waarbij ik een erg zielig gezicht trok. Zo gebeurde het dat ik alsnog werd ingecheckt en mijn koffertje mocht meenemen als handbagage. Iets later dan 3 uur vertrok het vliegtuig, mét mij, naar Praag.
Nu kwam ik een paar dagen geleden ruim op tijd aan op het vliegveld van Parijs. Ik had plus minus een uurtje om de juiste incheckbalie te vinden. En hoeveel vliegtuigen vertrekken er nu naar Praag? Op die dag twee. Op hetzelfde tijdstip. Moe van de lange treinreis koos ik voor terminal 2, voornamelijk uit gemakzucht gezien het feit dat mijn trein stopte bij terminal 2. Ik pakte mijn ticket erbij en had het idee dat ik wel de juiste keuze had gemaakt. Ik controleerde snel de tijd en alles klopte. Eenmaal aangekomen bij de incheckbalie stond er tot mijn opluchting een heel korte rij. Sloom sjokte ik naar, wat ik dacht, de laatste persoon in de rij en sloot achteraan aan. Rare blikken negeerde ik (ik word wel vaker raar aangekeken dus dat is niets nieuws) en pakte zelfverzekerd mijn paspoort erbij. Op een gegeven moment werd ik aangetikt door een boze Tsjech die in het Tsjechisch iets begon te roepen. Op mijn vraag "I am sorry but I do not understand you" draaide de man zich om en sloot weer aan in de rij. Met een schamper lachje vroeg ik de reizigers om mij heen "what his problem was". Daarop antwoordde een vrouw heel vriendelijk dat er een hele rij achter mij stond en dat ik was voor gepiept. Snel draaide ik me om en zag ik dat de rij zo lang was dat ik niet kon geloven dat ik werkelijk waar die hele rij voorbij was gelopen.
Beteuterd en nog steeds verbaasd sloot ik netjes achteraan aan en probeerde de lachende, Tsjechische, gezichten te negeren. Twintig minuten later stond ik voor de steward in de aanslag om mijn koffer op de weegschaal te zetten. "I am sorry madame. You are not in our flight." "Yes I am. I made a reservation on Cheaptickets.nl and I also paid, so there should not be a problem." "No really. You are not flying with us. You booked a flight with air wings. This plane is leaving from terminal 3 at 3 o'clock as well. You should run." Een vlucht geboekt met air wings? Ik heb helemaal niets geboekt. De aardige mensen van Cheaptickets hebben me een vlucht aangeboden met korting. Shit, shit, double shit! De steward vervolgde: "But it is already half past two, so I am sure you won't make it. You really have to run to terminal 3. There will be a shuffle. Good luck madame." "I have to run?" "Yes you should run." Dat liet ik me niet twee keer zeggen en ik rende terminal 2 uit. En bij elke stap dacht ik "ik wil niet op dit vliegveld overnachten. Laat me alsjeblieft dat verdomde vliegtuig halen. Kut cheaptickets." Om de zoveel meter moest ik stoppen, omdat mijn koffertje de snelheid niet aankon en daardoor omkieperde. Na 5 minuten, maar wat een eeuwigheid leek te duren, arriveerde ik bij de shuffle. En werkelijk waar: wat ging de shuffle traag! Je zou verwachten dat je na aankomst bij de shuffle direct uitkomt in terminal 3, maar nee hoor. Ook daar moest ik door allerlei hallen rennen om uiteindelijk bij een gesloten incheckbalie te arriveren. De eerste de beste stewardess die ik tegen kwam sprak ik aan. Al hijgend vertelde ik mijn verhaal waarbij ik een erg zielig gezicht trok. Zo gebeurde het dat ik alsnog werd ingecheckt en mijn koffertje mocht meenemen als handbagage. Iets later dan 3 uur vertrok het vliegtuig, mét mij, naar Praag.
maandag 24 maart 2014
42. De oempa loempa's van Nederland
De oempa loempa's. Ook wel bekend als de kleine, zingende en swingende dwergen uit het boek Sjakie en de chocoladefabriek. Nu mijn leven momenteel wat rustiger is dan normaal, heb ik ook meer tijd om me te verdiepen in de hot topics. Ik kijk gemiste afleveringen van mijn favoriete programma 'De rijdende rechter' (de problemen waarmee onze meester Visser mee moet dealen zijn echte hersenkrakers), ik lach me suf om de rare acties van 'Rambam' en besef me dat als je te vaak naar de Keuringsdienst van Waarde kijkt, dat je eigenlijk vrij weinig lust over houdt om überhaupt nog wat te eten. Dus, de KvW buigt zich per aflevering over een opmerkzaam product (van smeerleverworst dat té goedkoop wordt verkocht tot aan het raadsel van de vrijwel onbekende vis in de visstick). Na het kijken van dit programma ben ik eerder geïnteresseerd in het aantal mensen dat in een fabriek werkt, dan in het besproken product zelf. De hele dag bij een lopende band staan en dezelfde handeling 1000 keer achter elkaar uitvoeren. En de handeling zelf moet nog snel uitgevoerd worden ook. Als je een handeling mist dan loopt het hele productieproces in de soep. Daarbij is het niet eens ongevaarlijk werk, want er zijn uiteraard machines met messen of iets anders scherps die moeten worden bediend. Als je een beetje pech hebt, dan is het werken in een fabriek ook niet geheel geluidloos. Doe je geen oordoppen in, dan suizen je oren nog voor altijd na.
Stiekem hoop ik dat het werken in een fabriek een stuk minder saai en eentoniger is dan wat ik steeds zie bij de KvW. Ergens hoop ik dat ze achter de schermen lol staan te trappen, rare dansjes doen en liedjes verzinnen voor wanneer iemand klem komt te zitten in een buis en dan een stuk leniger de fabriek uit wandelt. Echter zie ik het nu voor me dat een medewerker zijn uren aan het aftellen is en niet kan wachten totdat hij zijn vrouw en kinderen weer kan zien. De omstandigheden voor kinderen en vrouwen in Aziatische fabrieken zijn zwaar, maar volgens mij is het werken in een fabriek, waar dan ook ter wereld, überhaupt niet zo leuk als het werken in een fictieve fabriek.
Stiekem hoop ik dat het werken in een fabriek een stuk minder saai en eentoniger is dan wat ik steeds zie bij de KvW. Ergens hoop ik dat ze achter de schermen lol staan te trappen, rare dansjes doen en liedjes verzinnen voor wanneer iemand klem komt te zitten in een buis en dan een stuk leniger de fabriek uit wandelt. Echter zie ik het nu voor me dat een medewerker zijn uren aan het aftellen is en niet kan wachten totdat hij zijn vrouw en kinderen weer kan zien. De omstandigheden voor kinderen en vrouwen in Aziatische fabrieken zijn zwaar, maar volgens mij is het werken in een fabriek, waar dan ook ter wereld, überhaupt niet zo leuk als het werken in een fictieve fabriek.
vrijdag 21 maart 2014
41. Als twee druppels water
Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Dat zijn vragen die bijna elke tiener/puber zichzelf wel stelt. Eerlijk gezegd stel ik mezelf deze vragen nog steeds. Ik was een huilpuber (als baby viel ik volgens mijn moeder wel mee, maar dat heb ik in mijn puberteit ruimschoots in gehaald) en als ik weer eens verzonken was in zelfmedelijden dan kon ik het niet laten om te denken aan dat ik wellicht wel van de melkboer was of dat ik misschien wel geadopteerd was (dumdumdummmm). Deze gedachtes komen naar mijn mening niet helemaal uit het niets. Behalve de blonde haren en de zomersproetjes lijk ik verder helemaal niet op mijn vader. Om nog maar te zwijgen over het feit dat sportiviteit de enige noemer is die ik met mijn moeder deel. Mijn broertje daarentegen wordt aan de lopende band vergeleken met mijn moeder en toen hij wat jonger was, zou het een miniatuurversie van mijn vader zijn geweest. Daarbij hebben mijn beide broers een, van mijn vader geërfde, hersenknobbel die bij mij zelfs met een vergrootglas niet goed te zien is: de bètaknobbel. En de rebelsheid die mijn moeder vroeger bezat is bij mij überhaupt nooit tot ontwikkeling gekomen. Terwijl mijn broertje nu toch een aardig goede band aan het opbouwen is met de mannen van de Rotterdamse politie.
Vriendinnen probeerden het nog goed te praten door te zeggen dat ik wel de tanden heb van mijn moeder en dat als je goed zou kijken dat je ook wel mijn ogen met die van mijn moeder zou kunnen vergelijken. Daar hield het dan ook wel mee op. Inmiddels weet ik vrij zeker dat ik niet van de melkboer ben, want gek genoeg heb ik wel de humor van mijn moeder en het enthousiasme van mijn vader geërfd. Zoals je kunt begrijpen gaf voor mij dit de doorslag en is het daarom ook absoluut niet nodig om me op te geven bij Caroline Tensen.
De laatste tijd begint het me steeds meer op te vallen dat ik duidelijk een voortvloeisel ben uit een leuke, romantische vrijpartij van mijn ouders. Mijn ouders kennen namelijk geen gene. Of het nu gaat over sekspraat, rare humor of gek dansen: het maakt ze geen flikker uit. Waar ik vroeger met mijn broers rood aanliep als het ging over 'veilig vrijen' maak ik nu grapjes over een seksblessure wanneer mijn vader last heeft van zijn rug. Ook kon ik me vroeger enorm generen wanneer mijn ouders op een feestje raar stonden te dansen. Ik rende de dansvloer op en probeerde ze er van af te sleuren. Dat andere ouders vervolgens ook raar gingen dansen, kon mij dan weer niets schelen. Noem het vreemd, maar ik vind het nu heerlijk om mijn ouders te zien dansen en ik doe graag mee. Ik ben zelf een gek wijf op de dansvloer en nee: het kan me geen flikker schelen.
Misschien is het de Rotterdamse mentaliteit, misschien heb ik het geërfd, maar wat ben ik trots op mijn roots.
Vriendinnen probeerden het nog goed te praten door te zeggen dat ik wel de tanden heb van mijn moeder en dat als je goed zou kijken dat je ook wel mijn ogen met die van mijn moeder zou kunnen vergelijken. Daar hield het dan ook wel mee op. Inmiddels weet ik vrij zeker dat ik niet van de melkboer ben, want gek genoeg heb ik wel de humor van mijn moeder en het enthousiasme van mijn vader geërfd. Zoals je kunt begrijpen gaf voor mij dit de doorslag en is het daarom ook absoluut niet nodig om me op te geven bij Caroline Tensen.
De laatste tijd begint het me steeds meer op te vallen dat ik duidelijk een voortvloeisel ben uit een leuke, romantische vrijpartij van mijn ouders. Mijn ouders kennen namelijk geen gene. Of het nu gaat over sekspraat, rare humor of gek dansen: het maakt ze geen flikker uit. Waar ik vroeger met mijn broers rood aanliep als het ging over 'veilig vrijen' maak ik nu grapjes over een seksblessure wanneer mijn vader last heeft van zijn rug. Ook kon ik me vroeger enorm generen wanneer mijn ouders op een feestje raar stonden te dansen. Ik rende de dansvloer op en probeerde ze er van af te sleuren. Dat andere ouders vervolgens ook raar gingen dansen, kon mij dan weer niets schelen. Noem het vreemd, maar ik vind het nu heerlijk om mijn ouders te zien dansen en ik doe graag mee. Ik ben zelf een gek wijf op de dansvloer en nee: het kan me geen flikker schelen.
Misschien is het de Rotterdamse mentaliteit, misschien heb ik het geërfd, maar wat ben ik trots op mijn roots.
maandag 17 maart 2014
40. De rokert
Ik heb nog nooit gerookt en ik word naar van de geur van rook. Ik associeer het ook met iets naars. Mijn oom overleed een aantal jaar geleden en alhoewel ik vrij weinig contact had met die tak van de familie vond ik het toch erg dat de ongezonde leefstijl de beste man uiteindelijk fataal is geworden. En toen ik mijn vader erop wees dat het hem ook had kunnen overkomen, was hij ontroerd. Dit was een aantal jaar geleden en mijn vader rookt inmiddels nog steeds en wordt langzamerhand gek van mijn gezanik over zijn leefstijl.
Mijn vader moet voldoen aan strenge eisen in het huis om überhaupt te mogen roken, want wij zijn allemaal anti-rokers. Dat wil zeggen dat het ten strengste verboden is om binnen te roken. Als de schuifpui ook maar op een kiertje staat, dan roepen we in koor dat mijn vader de deur dicht moet doen. Rokers hebben zelf volgens mij niet door hoe erg het stinkt. Al staat mijn vader op 10 meter afstand, nog ruik ik die vieze geur om hem heen. Ik moet wel zeggen dat het er zielig uit ziet als wij als gezin, minus vader, naar de televisie zitten te staren en hij vanuit de tuin naar binnen kijkt om alsnog het programma mee te krijgen. Het is eigenlijk best wel triest. En als het regent dan staat hij onder het afdakje. Ook al zo'n triest gezicht. Het coole en stoere aan een roker heb ik dan ook nooit begrepen. Je bent als roker overal afhankelijk van. Heb je geen aansteker of lucifers bij de hand, dan moet je gaan bedelen bij anderen (en ik denk echt dat het aantal rokers per jaar afneemt, dus het wordt dan nog knap lastig om een vuurtje te bietsen) en geloof me, ik als niet-roker, krijg dan een klein beetje medelijden met een rokert. Niet omdat ik de roker zo zielig vind, maar het bedelen vind ik zo triest. En daarbij herken ik alle signalen van een rokert die heel erg nodig moet roken, maar die het niet wilt toegeven. Mijn vader, bijvoorbeeld, wordt heel chagrijnig en vindt opeens alle 'problemen' die wij bespreken geen 'problemen' meer en wilt zo snel mogelijk naar buiten. Een keertje verlangde hij zo erg naar een sigaret, maar we zaten in de auto dus dat mocht niet, dat het de hele weg ruzie was in de auto. Ik had op dat moment het liefst 10 sigaretten, aangestoken en al, in mijn vaders mond willen duwen. Ook vertonen verslaafde rokers afkickverschijnselen. Eerlijk gezegd was ik ook verbaasd dat het zo snel kan gaan, maar vandaag ontmoette ik een overduidelijke verslaafde roker in de trein die continu aan het bewegen was. Het leek daarom eerst alsof de reiziger last had van ADHD. Hij keek ook continu zenuwachtig naar mij waardoor ik alleen maar spijt had gekregen dat ik naast deze rokert was gaan zitten. Toen we bijna bij zijn bestemming aan waren gekomen, had hij zijn sigarettenpakje en aansteker al in zijn hand. De trein stond nog niet stil of hij was het perron al op gesprint.
Naast de über rokers heb je ook de partysmokers. Partysmokers willen laten zien dat ze het stoere bezitten van een über roker, maar daarnaast dus ook de beheersing bezitten om doordeweeks en overdag de sigaretten in het pakje te laten zitten. Ja, ik hoef hier eigenlijk niet veel over te zeggen: doe het goed of doe het niet, denk ik dan. Als ik de rokers op een feestje bij elkaar zie staan in zo'n hok waar het blauw staat van de rook, dan wil ik ze alleen maar duidelijk maken waar het echte feestje aan de gang is.
Je begrijpt dat ik als anti-roker euforische gevoelens kreeg over het feit dat de leeftijd van het kopen van sigaretten omhoog is gegaan. Verhalen over het bedreigen van caissières had ik tot dan toe nog niet meegemaakt. In Amsterdam raakten vriendje en ik wel in zo'n situatie verzeild. Een jongen, jonger dan 18 dus, wilde een pakje sigaretten kopen, maar moest zijn ID laten zien. Met één blik op zijn ID weigerde de caissière een pakje sigaretten aan de jongen te verkopen. De jongen pikte dit niet, maar waarom hij dit de caissière kwalijk nam, begreep ik niet zo goed. Zij had denk ik het allerliefst een pakje sigaretten gratis en voor niets naar zijn kop gesmeten. De jongen wist zichzelf uiteindelijk te kalmeren en verliet de supermarkt, maar het is verbazingwekkend hoe jong je dus al aan zoiets ongezonds verslaafd kunt raken.
Ik wil daarom bij deze de Supersmoker promoten. Een elektronische sigaret dat geen schadelijke stoffen bevat. Ik zeg: kat in het bakkie!
Mijn vader moet voldoen aan strenge eisen in het huis om überhaupt te mogen roken, want wij zijn allemaal anti-rokers. Dat wil zeggen dat het ten strengste verboden is om binnen te roken. Als de schuifpui ook maar op een kiertje staat, dan roepen we in koor dat mijn vader de deur dicht moet doen. Rokers hebben zelf volgens mij niet door hoe erg het stinkt. Al staat mijn vader op 10 meter afstand, nog ruik ik die vieze geur om hem heen. Ik moet wel zeggen dat het er zielig uit ziet als wij als gezin, minus vader, naar de televisie zitten te staren en hij vanuit de tuin naar binnen kijkt om alsnog het programma mee te krijgen. Het is eigenlijk best wel triest. En als het regent dan staat hij onder het afdakje. Ook al zo'n triest gezicht. Het coole en stoere aan een roker heb ik dan ook nooit begrepen. Je bent als roker overal afhankelijk van. Heb je geen aansteker of lucifers bij de hand, dan moet je gaan bedelen bij anderen (en ik denk echt dat het aantal rokers per jaar afneemt, dus het wordt dan nog knap lastig om een vuurtje te bietsen) en geloof me, ik als niet-roker, krijg dan een klein beetje medelijden met een rokert. Niet omdat ik de roker zo zielig vind, maar het bedelen vind ik zo triest. En daarbij herken ik alle signalen van een rokert die heel erg nodig moet roken, maar die het niet wilt toegeven. Mijn vader, bijvoorbeeld, wordt heel chagrijnig en vindt opeens alle 'problemen' die wij bespreken geen 'problemen' meer en wilt zo snel mogelijk naar buiten. Een keertje verlangde hij zo erg naar een sigaret, maar we zaten in de auto dus dat mocht niet, dat het de hele weg ruzie was in de auto. Ik had op dat moment het liefst 10 sigaretten, aangestoken en al, in mijn vaders mond willen duwen. Ook vertonen verslaafde rokers afkickverschijnselen. Eerlijk gezegd was ik ook verbaasd dat het zo snel kan gaan, maar vandaag ontmoette ik een overduidelijke verslaafde roker in de trein die continu aan het bewegen was. Het leek daarom eerst alsof de reiziger last had van ADHD. Hij keek ook continu zenuwachtig naar mij waardoor ik alleen maar spijt had gekregen dat ik naast deze rokert was gaan zitten. Toen we bijna bij zijn bestemming aan waren gekomen, had hij zijn sigarettenpakje en aansteker al in zijn hand. De trein stond nog niet stil of hij was het perron al op gesprint.
Naast de über rokers heb je ook de partysmokers. Partysmokers willen laten zien dat ze het stoere bezitten van een über roker, maar daarnaast dus ook de beheersing bezitten om doordeweeks en overdag de sigaretten in het pakje te laten zitten. Ja, ik hoef hier eigenlijk niet veel over te zeggen: doe het goed of doe het niet, denk ik dan. Als ik de rokers op een feestje bij elkaar zie staan in zo'n hok waar het blauw staat van de rook, dan wil ik ze alleen maar duidelijk maken waar het echte feestje aan de gang is.
Je begrijpt dat ik als anti-roker euforische gevoelens kreeg over het feit dat de leeftijd van het kopen van sigaretten omhoog is gegaan. Verhalen over het bedreigen van caissières had ik tot dan toe nog niet meegemaakt. In Amsterdam raakten vriendje en ik wel in zo'n situatie verzeild. Een jongen, jonger dan 18 dus, wilde een pakje sigaretten kopen, maar moest zijn ID laten zien. Met één blik op zijn ID weigerde de caissière een pakje sigaretten aan de jongen te verkopen. De jongen pikte dit niet, maar waarom hij dit de caissière kwalijk nam, begreep ik niet zo goed. Zij had denk ik het allerliefst een pakje sigaretten gratis en voor niets naar zijn kop gesmeten. De jongen wist zichzelf uiteindelijk te kalmeren en verliet de supermarkt, maar het is verbazingwekkend hoe jong je dus al aan zoiets ongezonds verslaafd kunt raken.
Ik wil daarom bij deze de Supersmoker promoten. Een elektronische sigaret dat geen schadelijke stoffen bevat. Ik zeg: kat in het bakkie!
zondag 16 maart 2014
39. De dikke man
Buiten de kring van mijn dierbaren, laat ik niet snel merken wat ik vind. Althans, dat probeer ik zo over te laten komen. Vreemden en kennissen die mij hun mening op proberen te dringen ervaar ik vaak als irritant en zielig. Daarom probeer ik het zelf zo min mogelijk te doen.
Tot aan nu. Een verhaal zou natuurlijk niet zo beginnen als er niet toch wél een mening aan zou komen, waar jullie helemaal niet om hebben gevraagd en die wellicht ook wel als opdringerig wordt ervaren. Bij voorbaat mijn excuses.
Ik heb het niet zo op dikke mensen. Dit is wat hard geformuleerd, dat geef ik toe, maar ik heb er dan ook heel lang over nagedacht hoe ik dit anders had moeten formuleren en er kwam eerlijk gezegd niet iets veel beters in mij op. Het grootste gevoel wat ik krijg bij het zien van dikke mensen is medelijden. Toen ik 10 jaar was ging ik voor het eerst met het vliegtuig op vakantie. En wel gelijk naar Florida. Een angstig gevoel bekroop mij, nadat een aantal dikkertjes het vliegtuig had betreden, of dit de vlucht op enerlei wijze zou beïnvloeden. We mogen immers ook maar een aantal kilo aan bagage aan de stewardesse mee geven. Dat ik veilig ben aangekomen, moge duidelijk zijn. Amerika, het land van de obesitas (al kunnen wij er ook wat van). Tijdens een tripje met een safaribus kon het dan ook niet anders dan dat er tussen de 30 mensen tenminste 1 dikkerd aanwezig was. Het beeld staat me nog verschrikkelijk goed bij, omdat de dikke vrouw het voor elkaar kreeg een tweezit helemaal te bezetten en toen we vervolgens alligators gingen spotten en we daardoor uit de bus mochten en we er daarna ook weer netjes instapten, in spanning afwachtend op het volgende reptiel, kon het dan ook niet anders dan dat de vrouw klem zat tussen de twee deuren van de bus. Er is, werkelijk waar, geduwd om de vrouw de bus in te krijgen. Moest ik lachen? Nee. Ik was 10 jaar en ik heb het hele tafereel van een gepaste afstand vol afschuw bekeken.
Hoe kun je het toch zo ver laten komen? Dat vraag ik me elke keer weer af. Het kan erfelijk zijn, ja dat kan. Het kan ook een ziekte zijn, ja dat kan ook. Het kan ook een kwestie zijn van je zelf niet onder controle hebben. Vreten, vreten, vreten, totdat je erbij neervalt. Er zijn altijd mensen die dan in de verdediging schieten door te zeggen dat de één sneller dikker wordt dan de ander. Dat is waar. Maar als je je vervolgens twee weken lang volstopt met troep en daarna een keertje op de weegschaal gaat staan en je ziet dat de vreetbuien je helaas die 3 kilo's extra op hebben geleverd, dan ga je toch niet door? Dan bedenk je je toch wel twee keer voordat je die vierde Twix achter je kiezen stopt? Dit fascineert mij zo erg dat ik het ook niet kan laten om programma's als 'Obese' over te slaan. Mensen die de trap niet normaal op kunnen lopen, die zichzelf de auto in moeten proppen, die gerust nog een roze koek weg zitten te kanen ("Ach wat maakt het toch allemaal ook uit? Ik ben toch al dik!") en het ergste van alles is dat ze balanceren op het randje van de dood. Je zou je echtgenoot, broer, zus of kind maar aan overgewicht kwijt raken. En wat maken ze een ellende door hè! Ze slepen zichzelf de sportschool door en dat allemaal omdat ze moeten afvallen. Ze worden intensief begeleid, want het zou wat zijn als de dikkerd het zou opgeven. Als de dikkerd weer bezwijkt aan een pak vol roze koeken. En allemaal hebben ze ook een verhaal hè. Ze zijn namelijk niet zomaar dik. Dat bestaat niet, ben ik achter gekomen. Er is altijd wel een dikkerd die of gepest is, of moeite heeft gehad bij te blijven op school en daarom ook nog eens was afgezakt naar de mavo of het is iemand die altijd als laatste werd gekozen bij gym en daardoor dacht dat ie dik was en daarom maar gelijk de hele supermarkt leeg vrat. Je kunt dus niet zomaar het leven van een dikkerd leiden. Nee het moet namelijk ook een heel zwaar leven zijn geweest. Anders telt het denk ik niet. Er vielen daarom ook de nodige tranen bij dit programma, waardoor je als kijker zowaar medelijden krijgt (zelfs ik!). Ik geloof ook echt dat het zwaar geweest moet zijn. Sporten met zo'n lichaam is ook echt geen doen. Ik krijg zelf al snel verzuurde benen, laat staan wat zo'n dikkerd moet doormaken. Daarnaast ben ik ook niet de meest lieve persoon als ik even twee uur mijn bloedsuiker niet op pijl houd. Ik begrijp het allemaal best wel.
Als je als dikkerd eenmaal zover bent gekomen dat je 100 kilo bent kwijtgeraakt dan ben je er nog niet eens. Dan moet je jezelf beheersen met eten en daarbij hangen er losse vellen aan je benen, armen en buik. Je was al niet moeders mooiste en het is er niet beter op geworden. Om die vellen kwijt te raken moet je zorgen dat je minimaal 1 jaar op een stabiel gewicht blijft. Nou, dan komen de smoesjes hoor. Van "ik voelde me eenzaam en die 10 brownies vulden de leegte weer op" tot aan "het had net geregend dus ik was bang dat ik onderuit zou gaan".
Vandaag maakte ik dankbaar gebruik van het boekenweekgeschenk. Met mij duizend anderen in de trein. Ondanks de drukte wist ik een plaatsje te bemachtigen en terwijl ik mensen passeerde viel mijn oog op hem: een dikke man. Ik deed mijn best om nog te glimlachen, maar de afschuw was aan mijn gezicht af te lezen. Voornamelijk omdat ik er van baalde dat de man twee stoelen bezet hield en ik graag bij het raam had willen zitten. Tijdens de reis kwam ik erachter dat zijn (klein)zoon tegenover mij zat en mij vol bewondering zat aan te staren (ik was in alle haast mijn scheenbeschermers en hockeysokken aan het aantrekken), waardoor de dikke man zich genoodzaakt voelde het gedrag van zijn (klein)zoon uit te leggen door aan te geven dat hij veel voetbalde. En zo kreeg ik weer medelijden. Met zijn (klein)kinderen en met de aardige dikke man zelf. Ik maakte een babbeltje met het jongetje en al die tijd dacht ik alleen maar: "als de dikke man zo doorgaat, dan ziet hij zijn kind waarschijnlijk niet heel oud worden."
Abonneren op:
Posts (Atom)