donderdag 5 juli 2012

15. Wieg

De aftakelende mens


De laatste 3 dagen ben ik geconfronteerd met de ouder wordende mens. Ik nam het baantje aan vanwege het 'lekkere' loon, maar nu kan ik me geen leerzamer en mooier (bij)baantje in denken. Ik word gewaardeerd, ik word omhelsd, ik word gezoend, er wordt naar me gezwaaid, ik word uitgescholden voor 'stomme trut', ik word stevig beet gepakt, ik word verslagen met sjoelwedstrijdjes, ik word genegeerd als ik met een lepel pap voor iemands neus sta, maar bovenal: ik word herinnerd. Dat ik moet zorgen dat iedereen voor 11 uur is gewassen, ik elke keer weer geconfronteerd word met vieze geurtjes, mijn handen onder de poep zitten, steunkousen die niet aan willen, mensen die niet gewassen willen worden, mensen die niet willen eten en mensen die gaan huilen; ik neem het allemaal voor lief. Het ontroerende is, is dat de mensen zo lief zijn en alle herinneringen van vroeger nog weten, maar geen idee hebben waar ze nu zijn beland. Er is denk ik een moment geweest, dat ze wisten dat ze dingen vergaten, maar dat moment zijn ze al voorbij. Wij leven op het moment en zij leven op het verleden. Ze dwalen rond en ze mompelen wat over vroeger. Ze zoeken mensen, die er niet meer zijn en ze vertellen ernstige verhalen, die eigenlijk niet zo ernstig waren. Ze worden opgezocht door hun kinderen, maar vergeten na 10 minuten dat het hun kinderen zijn.
Door dit baantje, is mijn leven verrijkt. De eerste dag was voor mij een culture shock. Ik vond het erg dat alle dementerende mensen door hun kinderen bij elkaar werden gestopt, dat ze nooit naar buiten mogen en hun kinderen vervolgens weinig op bezoek komen. Dit is allemaal niet waar. Althans, niet hoe ik het nu beschrijf. De meeste kinderen en echtgenoten zijn hartstikke betrokken bij het hele proces. Voordat de dementerende ouderen naar het tehuis komen, zijn ze al intensief verzorgd door hun echtgenoot/echtgenote/kinderen/zussen/broers etc. Ze zijn echter zo ver heen, dat zij het niet meer in hun eentje aan kunnen. Toen ik dit hoorde had ik zoveel meer waardering voor de mensheid. Ik geniet nu met volle teugen van de verzorging voor de ouder wordende mens. Want wil ik later dezelfde liefde, verzorging en enthousiasme terug krijgen?

zondag 17 juni 2012

14. Holland's got no talent

Het verschil moet er zijn


Een avondje studiosport met de ouders. Met open mond kijk ik hoe snel de sprinters over de horden vliegen. Met verbazing zie ik een discus over het veld zweven. "Knap hè?" Zeg ik tegen mijn moeder. Eerlijk gezegd verwachtte ik geen antwoord. Het was meer een, ja, retorische vraag. "Ja, zij hebben wél talent", antwoordt mijn moeder grappend. "Mijn kinderen hebben geen talent", zucht mijn vader (grappend) teleurgesteld. En voordat je het weet halen je ouders allemaal herinneringen omhoog, waar je eigenlijk met een glimlach naar terug had gekeken. Tot dit moment dan. "Je kon eigenlijk niet ballet dansen, cello spelen ging je ook al niet zo goed af en met hockeyen was je ook al niet zo'n ster", somt mijn moeder op. "En weet je nog..." mijn vader moet keihard lachen, terwijl hij al hinnikend mijn moeder aan stoot: "met discuswerpen?" "Oh god, ja!" Lacht mijn moeder met hem mee. "Je zag een heel klein meisje in een kooi staan en je moeder en ik hielden elkaars handen vast in de hoop een geboren discustalent op de wereld gezet te hebben. We hadden heel hoge verwachtingen; dat de discus met een mooie worp de kooi uit zou gaan. In plaats daarvan zagen we na een tijdje de discus over de grond rollen." Mijn moeder komt niet meer bij. En ik? Ik besef me dat ik inderdaad geen talent heb en eet rustig door. Ik ben een gemiddeld persoon met o zo grappige ouders.

vrijdag 25 mei 2012

13. Zijn vriendin doet/zegt/woont/leeft/is er...

Tussen neus en lippen door


Ik zeg bijna nooit: "alle leuke jongens hebben een vriendin". Het valt me alleen wel verdomd vaak op dat alle leuke jongens verzwijgen dat ze een vriendin hebben. Waarschijnlijk doen ze het niet expres, maar het zet mij wel op het verkeerde been. Je flirt een beetje, praat over koetjes en kalfjes, van het een kom je op het woongedeelte: "Zeg, waar woon jij eigenlijk?" en voordat je eigenlijk nog een leuk charmant en grappig antwoord hebt kunnen geven....BAM! A slap in your face: "Goh, mijn vriendin woont daar ook in de buurt." De verlangens en de dromen beginnen te vervagen (hij en jij samen op de fiets, hij en jij samen wonend in een pracht huis, hij en jij samen op een mooie reis etcetc.) en een glimlach vormt zich rond je mond. Wel een geforceerde glimlach, maar ach, wat weet hij nou eenmaal van je? Jullie hebben nog maar 6 uur gepraat.

dinsdag 8 mei 2012

12. Oud

Ergens tussen de 20 en 30.


Kun je je herinneren dat je als klein meisje zo graag een Spice Girl wilde zijn? Dat je vriendinnen kon worden met Emma, ook wel 'Baby Spice', in real life in plaats van elke dag verlekkerd naar een slap aftreksel van haar te kijken (ook wel de Barbiepop). Ik kon niet wachten totdat ik 18 jaar was en groot en beroemd zou zijn. Dit is echter niet gebeurd.

Anyways. Toen ik zestien was, werd ik steeds, tot mijn grote ergernis, te jong geschat. Vriendinnen van mij werden weleens achttien geschat en ik werd maar steeds dertien of viertien geschat. Wellicht lag het aan mijn lengte, misschien hoe ik overkwam (erg onzeker), mijn gewicht, mijn kledingstijl, mijn haar; ik weet het niet. Juist in die tijd wilde ik graag ouder geschat worden, zodat ik ook zonder moeite een discotheek binnen kwam. Zo gênant vond ik het dat er vol ongeloof naar mijn ID werd gestaard, alsof het pasje nep was. Één keertje was ik mijn paspoort vergeten (in die tijd had ik nog geen ID) voor een schoolfeest (nota bene van mijn eigen middelbare school). Ik had echter wel een kopie gemaakt, maar dat mocht schijnbaar niet. Ze wilden maar niet geloven dat ik écht veertien jaar was. Ik kwam er gewoon niet in. Mijn vader is toen weer in zijn auto gestapt en heeft netjes mijn paspoort afgeleverd. Ik schaamde me zo, omdat ik moest aansluiten bij het groepje jongeren dat er niet in mocht omdat ze teveel hadden gedronken en niet bij onze school hoorden. Ik was nog niet eens zestien en werd nu al als 'tuig' bestempeld.

Later wenste ik steeds dat ik ouder geschat zou worden. Dat had iets cools, vond ik. Dit veranderde toen ik achttien jaar werd. Ik zat ondertussen op het Hbo en voor een ouderejaars, die stage liep bij NL10 Magazine, verrichtte ik een vriendendienstje door haar te helpen met haar topic in het magazine:  een foto van een vreemde beoordelen. Dit hield in dat ik moest schatten hoe oud diegene was, moest bedenken wat haar/zijn hobby's waren, waar hij/zij van hield etcetc. Ik vond het heel grappig eigenlijk. Er werd echter ook een foto van mij gemaakt, want ik zou in de volgende editie komen waarin iemand mij zou beoordelen. Mijn foto was zoals altijd een ramp. Ik sta er echt nooit leuk op. Dus ik probeerde het te vergeten en ik wilde niet de volgende editie van NL10 zien. Helaas kan heel Rotterdam NL10 lezen, waaronder dus ook mijn familie. "Anne, je staat in de NL10!" Tetterde mijn oma door de telefoon. "Anne, ben jij dit nou echt?" Vroeg mijn tante, al wapperend met een exemplaar van de beruchte NL10 in haar hand. En mijn tante had het dan weer van haar vader en die had het weer van andere vrienden. Dus het was onmogelijk om nog te voorkomen dat mijn vriendinnen dit ook zouden zien. Dus niet veel later kreeg ik van een kennis het smsje: "Leuk dat je in de NL10 staat!"

Het genante van dit hele verhaal is, is dat ik uiteraard me over mijn schaamte heen heb gezet en mijn beoordeling ben gaan lezen. En hoe oud werd ik geschat? Niet te jong. Dat zeker niet. Ik werd acht jaar te oud geschat! Ik was volgens de beoordelaar zesentwintig jaar. Ik begreep niet hoe zij dat kon denken.

Nu, inmiddels twintig jaar, word ik nog steeds ouder geschat. Niemand gelooft nog dat ik nog maar twintig jaar ben. Al zijn dit meestal ook wel oudere mensen en niet mijn leeftijdsgenoten, die dit denken. Ik weet eerlijk gezegd echt niet meer waar het aan ligt. Eerst dacht ik nog mijn kapsel, maar in de tijd van de beruchte foto had ik heel lang haar en nu redelijk kort, dus dat zal het ook niet zijn. Misschien mijn gedrag? Al kun je dat niet van een foto aflezen. Misschien mijn kledingstijl?

Ach wat. Ik houd het er maar op dat het komt, omdat ik zoveel wijsheid uitstraal. Met name in mijn ogen.

zaterdag 5 mei 2012

11. Mooiheid

Er is genoeg wat ik niet wil, maar wat wil ik écht?


Als je me vraagt waar ik geen zin in heb, dan krijg je een hele waslijst van me. Van mijn kamer opruimen tot judo (daar heb ik dus echt geen zin in. Met alle respect voor mensen die het wel doen). Ik heb het altijd makkelijker gevonden om de niet-leuke dingen op te noemen. Lastiger vind ik het om te onderscheiden wat ik dan wel echt leuk vind. En als ik dan echt iets leuk vind, hoe laat je dan al het andere minder leuke vallen? Hoe ga je daarmee om? Het is onmogelijk om alles leuk te vinden. Daar ben ik inmiddels ook wel achter. Ik heb sinds een maand geleden (toen ik met behulp van iemand anders helemaal binnenste buiten ben gekeerd) besloten dat ik alleen nog de dingen wil doen die ik 100% leuk vind. Dat ik eerlijk ben tegenover mezelf en de 99% minder leuke dingen.

Nu probeer ik het in de praktijk te brengen, wat ik vaak heel lastig vind. Het is een soort vertrouwdheid en verbondenheid. Als ik het ene ding laat vallen, dan voel ik me zo schuldig en ben ik bang dat ik spijt krijg. Terwijl; als ik het eenmaal heb gedaan, ik zo blij ben dat ik die stap heb genomen. En wat is spijt nu precies? Bang zijn voor de gevolgen van je keuzes, toch? Want als je eenmaal de stap hebt genomen, dan kun je wel duizend jaar over je keuze blijven nadenken, maar gebeurd is gebeurd.

Er zijn mensen en dingen die ik de laatste tijd minder leuk vind. Waar ik niet meer met de volle 100% voor wil gaan. Waar ik niet mijn volle 100% in wil steken. Waar je normaal gesproken energie uit hoort te halen wordt er bij mij uitgezogen, omdat het zoveel energie kost. Ik weet dat ik het niet leuk vind. Dat ik er geen zin meer in heb. Nu nog de stap nemen om het daadwerkelijk ook niet meer te doen.



maandag 9 april 2012

10. ...

Want stilte kan ook weleens fijn zijn.

In mijn hoofd zijn er duizenden brieven geschreven. Mijn pen raakte altijd het papier. In mijn hoofd is de helft daarvan verzonden en ondertekend met "liefs". De andere helft is in mijn imaginaire prullenbak beland.

In het epicentrum van mijn hoofd stapelen de gedachten zich op. Als een stapel studieboeken tijdens een tentamen. Heel vaak glipt er een gedachte uit mijn stapel, waardoor de boel als een Jenga-toren in elkaar valt. In mijn gedachtes zijn er dan bouwvakkers die de stapel weer op orde proberen te krijgen. In het echt raak ik in paniek.

Aan de binnenkant van mijn ogen spelen zich toneelstukjes af. Allemaal verzonnen en allemaal stuk voor stuk geweldig en onmogelijk. In mijn buik borrelen de gevoelens, bijbehorend bij het toneeelstuk, op. De grens tussen realiteit en fantasie is flinterdun. In het echt word ik afgeleid.

Mijn benen leiden hun eigen leven. In elkaar, op elkaar, door elkaar, gestrekt, gebogen en gekronkeld. Met spierpijn, zonder spierpijn, geen gevoel, wel een gevoel, pijnscheuten, spiertjes verrekt en spastische bewegingen.

De stapel is weer opgebouwd. Ik rangschik de gedachtes van belangrijk naar onbelangrijk, van leuk naar minder leuk, van waar ik blij van word naar waar ik heel boos om word, van gewelddadig naar heel romantisch, van gelukkig naar ongelukkig.

In mijn hoofd schrijf ik brieven. In mijn hoofd maak ik mijn eigen films. In mijn hoofd ben ik dé nieuwe Carice van Houten en in mijn hoofd ga ik dood.


In mijn hoofd heb ik jou in elkaar geslagen. Bont en blauw. In mijn hoofd zijn je lippen opgezwollen en je ogen betraand. In mijn hoofd ben ik blij en jij bent dood.


In mijn hoofd schrijf ik thrillers. Jaag ik mensen op de kast. In mijn hoofd geef ik grote bekken, maar in mijn hoofd ben ik dood.


In mijn hoofd maak ik carrière. In mijn hoofd laat ik die docent wel 'eventjes' zien hoe het moet. In mijn hoofd ben ik de nieuwe Einstein, maar in mijn hoofd ben ik morsdood.


In mijn hoofd trouw ik. Met de leukste man op aarde. In mijn hoofd wil hij mij zo graag, maar in mijn hoofd is het stil.


In mijn hoofd lig ik op sterven. Met huilende mensen om me heen. Een groot tragedie. Met rozenkransjes, een appel, 7 dwergen (kinderen) en een prins. Maar eindelijk denk ik: Wat een rust, zij is heen.

maandag 19 maart 2012

9. Een zacht gekookt eitje

Van binnen kook ik.


Er bestaan mensen, die altijd vrolijk zijn. En dat menen ze dan nog ook. Die mensen die altijd kunnen blijven lachen en alles netjes kunnen verwoorden en zich nergens aan ergeren. Ik behoor helaas niet tot deze menssoort. Ik behoor tot de soort 'we koken van binnen, maar we zeggen lekker niks'. Ook wel het schijnheilige type genoemd. Een paar dagen geleden dacht ik bijvoorbeeld aan de situatie van het stil zijn in stiltecoupés. Ik erger me dood aan mensen die luidkeels meezingen met hun Ipod, door de telefoon ruzie maken of met diegene die naast ze zit een intiem gesprek te voeren op zo'n geluidsniveau dat de dove man op het toilet veel profijt heeft van deze sappige details. Een aantal van mijn soort probeert er wel iets van te zeggen. Alleen komt dat er altijd heel slapjes en ongeloofwaardig uit. Wij zullen nooit stevig in onze schoenen staan en durven te zeggen: "Hey, yo! Kijk eens even op het raam verdomme. Wat staat daar dan op? Nou? Ja, je kan het zowel op z'n Frans als in het Engels uitspreken? Yo! Lees het eens even hardop voor. S-I-L-E-N-C-E. Bravo. Dus. Wat doen we nu dus even? Mooi bekken dicht!" Nee. Wat wij doen is dit: "Excuseer, maar zou u wat zachter willen praten?" Mijn soort zegt niet waar het op staat. De aangesprokene in kwestie zal alleen denken: "Pff, toedeledoki. Het zal wel." Het feit is dat onze soort zich wel dood ergert aan deze, niet aan de regelshoudende mensen. We gaan niet voor niets in een stiltecoupé zitten, dus wanneer daar gepraat wordt, vreet ik mezelf op van binnen. De hele treinreis bedenk ik hoe ik het moet zeggen en als ik eenmaal een goede zin bedacht heb, zijn we al bijna in Rotterdam.

Vandaag ben ik, jawel dames en heren, uit mijn schulp gekropen. Ik heb zowaar een jongen uitgescholden voor 'sukkel'. Of misschien ook wel 'domme sukkel', maar dat kan ik me niet meer herinneren. Het kwam er zeer oprecht en gemeend uit, omdat ik het ook écht meende. De jongen in kwestie deed niks met 'pfff' of 'tsss'. Wel fietste hij er angstig en razend snel van door. Dat was dan wel weer jammer.